Advaita Vedanta |
|
Satsang
Heerenveen. 6 mei 2001 Jan: Ik zal om te beginnen, kort iets vertellen. Het eerste wat ik mij van vroeger kan herinneren, is dat ik dat ik met een blauw skeltertje door de steeg skelterde. Ik moet ongeveer een jaar of twee geweest zijn. Daar begint mijn verhaal eigenlijk. Dat is waarschijnlijk bij meer mensen het geval, dat je ongeveer vanaf je 2e jaar de eerste herinneringen hebt. Van wat er daarvoor was kan ik niets zeggen. Is die leeftijd bij jullie ongeveer hetzelfde? Ik heb daarover eens na zitten denken, van wat is nu het allereerste wat ik mij kan herinneren. Dat is bovenstaand verhaal, toen ik aan mijn moeder vroeg van hoe oud ik toen was, bleek dat ik toen ik ongeveer 2 was. Ik had toen nog geen idee van een Jan. Het enige wat ik nog weet zijn beelden, geen woorden, gedachten, formuleringen of wat dan ook. Ik denk dat ik een jaar of 4, 5 of 6 was, toen er een beeld gevormd werd van een Jan. Want mensen gingen me vertellen van 'jij heet Jan, jij bent Jan, Jan doet dit, Jan doet dat'. Op dat moment was er nog niets aan de hand, er was gewoon een beeld van een Jan en er werd me verteld dat ik dat was. Dat neem je dan gewoon maar aan, tenminste ik heb dat wel aangenomen. Ik denk dat er bij veel mensen iets soortgelijks gebeurt. Het was nog weer later, dat ik vaak het gevoel kreeg dat er iets niet klopte in mijn leven, maar ik kon niet zeggen wat. Maar ik had wel vaak dat gevoel dat er iets scheef zat. Bijvoorbeeld als mensen tegen mij zeiden van 'jij doet altijd dit of dat', of 'jij bent stout' of 'jij bent lief', noem maar op. Bij elk plaatje wat geplakt werd kreeg ik een gevoel dat er iets niet klopte, maar ik kon niet uitleggen wat. Nog weer later, toen ik een jaar of 18, 19 was, werd dat gevoel steeds sterker. Op een gegeven moment werd het zelfs zo erg, dat ik een jaar of vier ontzettend in de knoop heb gezeten met dit verhaal. Namelijk dat er voor mijn gevoel iets niet klopte, ik voor mijzelf zeker wist dat het niet klopte, maar de hele wereld om mij heen vertelde dat het wél klopte. Maar ik wist niet waar hem dat nou in zat. Ik kwam terecht bij boeken van Wolter Keers, Nisargadatta, boeken die iedereen hier wel gelezen heeft. Op een gegeven moment kwam ik er achter dat er in Nederland ook een levende meester zat bij wie je terecht kon en dat was Alexander Smit. Ik weet nog de eerste keer dat ik daar naar toe reed en hoe bloednerveus ik was. Volkomen terecht, zo bleek achteraf. Ik weet niet wie er wel eens bij Alexander geweest is, maar dat was een behoorlijk stevige aanpak. Tussen de satsangs ging ik thuis goede vragen verzinnen om te kunnen stellen. Vragen waar ik dan het liefst een goed antwoord op kreeg, waardoor ik het zou gaan zien. Althans dat was zo'n beetje het plan. Maar dan kwam ik daar en dan werd die vraag in één keer volkomen van tafel geveegd. niet 'ja interessante vraag, die gaan we eens even uit elkaar peuteren', nee, gewoon met één losse opmerking, wammm, alles van tafel. Hij hoefde niet eens na te denken om die vraag volkomen te laten verdampen. Nou, 3 maanden later was bij mij ook alles verdampt. Er waren geen vragen meer, over wat ik wel of niet was/ben. Maar JK, die was er nog steeds, is er nu trouwens ook nog steeds. Niet de hele tijd, maar zo af en toe komt hij wel op. En ik dacht, als ik verlicht raak, dan is JK verdwenen, dan is dat 'ik' er niet meer. Dat bleek niet zo te zijn en dat was voor mij een grote verrassing. Ik merk dikwijls, dat veel mensen denken dat eerst dat ego weg moet, voordat je je ware natuur kunt realiseren. Maar dat is niet zo. Je kunt dat zien als goed nieuws. Vraag: Zit dat ego je dan niet steeds in de weg? Antwoord: Nee, nee. Maar dan zal ik eerst iets moeten vertellen over het ego. Als er geen denken is, dan is het ego er ook niet. JK is alleen daar, als ik hem projecteer. Ik moet een plaatje maken en dat plaatje bestaat uit herinneringen, momenten van vroeger. Bv. je hebt jezelf in de spiegel gezien, je hebt een beeld van hoe je eruit ziet. Je hebt een aantal eigenschappen, een bepaalde lengte, een bepaald karakter. En van al die dingen, puzzel ik dan een beeld van Jan bij elkaar. Dat is wat er gebeurt. Vr: Maar ben je je dat bewust? Voor mijn gevoel ben ik er altijd. Over deze dingen denk ik ook nooit na. A: Zodra je er niet over nadenkt, ben jij er ook niet? Vr: Mijn gedachten zijn er altijd. Zodra ik daar een beetje mee aan het werk ga, dan zijn ze er continu. A: Moment, ik maak even het vorige verhaal af en dan kom ik bij je terug. De vraag was of ik last had van dat beeld. Die herinneringen waarmee ik het beeld van Jan in elkaar zette, die waren vaak wel lastig. Maar waarom, niet omdat het herinneringen waren, maar omdat ik ze voor de werkelijkheid aanzag. Ik zag ze aan voor 'dat ben ik'. En andere dingen die verschenen, dat was ik niet. Wel, stel dat je nu een herinnering ziet als een schaduw, een herinnering aan iets wat gebeurd is. Dan is er voor mij geen enkele reden, als over het strand loop, om te proberen mijn schaduw kwijt te raken. Die schaduw is er wel als ik er naar kijk, maar ik heb er verder op geen enkele manier last van. Ik zelf word niet beïnvloed door die schaduw. Vr: Wat bedoel je met 'ikzelf'? A: Datgene wat die schaduw ziet. Vr: De getuige? A: Elk etiket dat je het geeft, is het niet. Je kunt het de getuige noemen, of het Zelf, of de waarnemer of Ik. Maar als het al zo is, dat er iemand is die last heeft van zo'n ego, dan is diegene ook weer aan te wijzen, altijd. Als ik merk dat ik me irriteer, dan kan ik mij identificeren met die irritatie. Of ik kan het zien voor wat het is, iets wat in mij verschijnt. zodra die verkleving weg is, eigenlijk moet ik zeggen 'het idee van een verkleving', dan heb je er ook geen last meer van. Dat betekent overigens niet dat je nooit meer een baaldag kunt hebben, maar je irriteert je niet aan het irriteren. Je baalt niet van het balen. Die kringetjes, die ken ik van vroeger nog heel goed: 'waarom irriteer ik mij nu zo', 'waarom irriteer ik mij nog steeds', 'ik heb nu al zoveel boeken gelezen', 'ik zou nu toch eigenlijk beter moeten weten', 'oh God nu zit ik me daar weer aan te ergeren' enz. Dat gaat maar door en het stapelt zich op. En die opstapeling die verdwijnt. Irritatie is op zich geen probleem. Ik heb daar geen last meer van. Vr: Ik irriteer me wel, ik kan me moeilijk voorstellen wat je zegt. Het klinkt voor mij zoiets als.. alsof ik het niet zie. Als ik mij ergens aan irriteer, geeft dat bij mij onmiddellijk een gevoel. Dat gevoel neemt bezit van mij en daar word ik vervelend van. Bedoel je dan dat het bij jou niet zo ver komt dat je daar een gevoel van krijgt? A: Jawel, zeker wel. Wat er bij mij niet gebeurt, is dat er een commentator bijkomt die er van alles over gaat vertellen. Je zei net: 'als ik mij irriteer dan komt er een gevoel'. Maar het is eigenlijk andersom. Eerst is er het gevoel en daarna komt er in het denken iets op wat je irritatie zou kunnen noemen. En dat gaat becommentariëren: 'dit zou anders moeten zijn', 'ik wil dit niet', of 'ik wil dat het weggaat'. Het kan soms heel subtiel zijn. Het kan namelijk zo zijn dat je denkt dat je naar het gevoel kijkt en dat je ondertussen alleen maar aan het denken, denken, denken bent. En daar is geen uitweg uit. Maar dat dacht ik eerst wel bij Advaita. Ik zag toen Advaita nog als de ultieme truc om al die klotengevoelens kwijt te raken. 'Dan heb ik dat niet meer, ben ik altijd vrolijk en loop ik de hele dag te fluiten'. Vr: Zo werkt het niet? A: Nee, het is andersom. Je gevoelens worden meer en beter gezien, eigenlijk gewoon 100% gezien. Maar vreemd genoeg, paradoxaal genoeg, zijn ze daardoor wel eerder weg. Maar dat interesseert me niet meer. Want ik ben er niet mee bezig (niet meer in geïnteresseerd) om een vervelend gevoel zo snel mogelijk afgelopen te laten zijn. Andersom overigens ook niet om een leuk gevoel langer te laten duren. Want dat is natuurlijk precies hetzelfde. Vr: Maar heb je dan een knopje waarmee je de hele handel stil kunt zetten. A: Nee. Wel zijn er meditatieoefeningen waarmee je het denken weg kunt laten zakken. Vr: Maar zoiets duurt toch alleen maar zolang je mediteert? A: Ja precies. Ik heb daar ook eigenlijk nooit iets mee gehad. Niet dat ik iets tegen meditatie heb, want er zijn natuurlijk een heleboel mensen die er wel iets aan hebben. Maar voor mij was het niet de manier. Ik zag al heel snel in: als ik er voor moet gaan zitten om die toestand te creëren, houdt het weer op zodra ik opsta. Want wat is dan het verschil met gewoon slapen? Dat heeft hetzelfde effect, dan denk je ook niet. Vr: Ik zou het zo graag overdag willen. Ik heb dat overdag wel eens meegemaakt, dat ineens in mijn hoofd alles stil viel en dat duurde dan 15 minuten. Vervolgens streef ik ernaar om dat weer terug te krijgen, maar dat lukt dan niet. Als ik slaap merk ik het niet, maar juist overdag met dat geraas in mijn kop, zou ik willen dat er een methode voor was. Maar die is er niet? A: Nee, zelfs Advaita kan je daar niet mee helpen. Het zijn cadeautjes die je kreeg. Vr: Ik had me voorgesteld dat als je verlicht raakt, dat je dat dan doorlopend hebt, doorlopend in staat bent om.. A: Dat klopt ja. Echter 'niet in staat om..'. Maar het is wel de normale gang van zaken, ja. Vr: Dat is bij jou niet? A: Ja, dat is bij mij wel. Vr: Het is stil in je hoofd? A: Ja Vr: je hebt wel die knop? A: Nee hoor. Het paradoxale is, omdat je belang niet daar ligt, wordt het stil. Juist omdat het je niet interesseert of het nu druk is of stil, wordt het stiller. Dat is het resultaat ervan. Maar of het nu druk is of stil doet er niet toe, omdat dat wat je bent er toch niet door wordt verstoord. Als je echter dat resultaat (stilte) tot doel maakt, dan wordt het lastig. Maar wat je aan de buitenkant ziet kan wel verschillen. Sommige gerealiseerden zijn heel rustig en anderen zijn heel druk. Maar ze handelen allemaal vanuit de stilte die ze zijn, en dan hangt het van de aard van het beestje af of ze druk zijn of rustig. Ik ben bv. zeer actief, ik kan met 4 uur slaap per nacht toe en ben verder de hele dag met dingen bezig. Het is niet zo dat ik de hele dag lekker op de bank zit te stralen of zoiets. Vr: Was dat altijd al zo, of is dat nadien ontstaan? A: Daarvoor had ik wel meer slaap nodig. Ik ben ook wat vergeetachtiger geworden. Vr: Dat lijkt me winst. Bedankt. Vraag (iemand anders): Hoe kom je van die verkleefdheid af? A: Door te zien dat je nooit verkleefd bent, geen seconde. Vr: Dat lukt me nog niet. A: Dat is de truc. Verkleefdheid houdt in dat er iets is dat met iets anders verkleeft, het gaat om twee dingen. Het feit dat jij die verkleving kunt zien, wil zeggen dat je zowel 'dit' als 'dat' kunt zien. Op dat moment ben jij niet verkleefd met het idee van 'verkleefd te zijn'. Dit is gewoon theorie. Het is het denken dat later op de proppen komt en dat gaat zeggen van, 'ik was verkleefd, want er was identificatie'. Dit terwijl er op het moment van identificatie alleen maar het denkbeeld van identificatie was. Want JIJ was niet geïdentificeerd. Eigenlijk gaat dat met heel veel dingen zo. Er is een gevoel, woede en dan komt 10 seconden later het denken en zegt 'ik was boos'. eerst was er alleen maar het gevoel en later komt pas denkwerk op en zegt van 'Jan was kwaad'. Nu is het aardige dat ik zowel die Jan kan zien, die woede kan zien, als al die etiketjes kan zien die er aan worden gehangen, o.a. aan het gevoel, zoals bv. 'kwaad, woede, mag niet' etc. Dat kun je herkennen, maar dat vergeten de meeste mensen. Je niet identificeren, wil zeggen dat je herkent dat het eigenlijk onmogelijk is om geïdentificeerd te zijn. Dan houd je ook op om dat (de non- identificatie) te willen bereiken als doel. Maar wat, als je de gehele dag niet geïdentificeerd gaat zitten zijn? Dan snij je jezelf natuurlijk heel erg af van het dagelijkse leven. Dan wordt het een strategie. Ik heb dat natuurlijk ook geprobeerd en kreeg daar dan het gevoel bij van 'hier klopt iets niet, dit is niet natuurlijk'. En als iets niet natuurlijk aanvoelt, dan gaat er een belletje rinkelen, een lampje branden. Er is in ons eigenlijk altijd al een dieper weten wat een seintje geeft als er iets niet klopt, als iets niet goed gezien is. Vraag (iemand anders): Het is moeilijk voor mij om alles wat je zegt, weer in mijn denken proberen te krijgen. A: Dat kun je rustig doen, ga er maar gewoon helemaal doorheen. Ik was ook zo'n denker. Je kunt het ook via het gevoel doen. Er zijn meer methoden. Van Advaita wordt wel eens gezegd dat het via het denken gaat, maar eigenlijk is het meer via het onderscheidingsvermogen. Ik wilde ook echt alles begrijpen. Ik heb ook nog 2 kasten vol met boeken die ik allemaal wel 10 x gelezen heb, daar ik dacht dat ik het misschien toch nog niet helemaal goed begrepen had. Of dat ik misschien nog niet genoeg Sanskriet uit mijn hoofd kende. Of het willen begrijpen van die ene uitspraak van Nisargadatta 'blijf bij het Ik Ben'. Dat dacht ik heel vaak. Vr: Ik bedoel meer, hoe krijg je het zwaartepunt bij je denken, je voelen en je lichaam vandaan naar dat waarnemen. A: Wat je dan doet is eigenlijk het paard achter de wagen spannen. Want je wilt het zwaartepunt ergens naartoe brengen waar het al ligt. Vr: Ik snap het ergens wel, maar ik bedoel het niet zo. A: Stel dat het wel lukt in het denken, dan wil je dat natuurlijk ook toetsen met het denken. Maar zodra het met het denken te toetsen valt, kan het nooit constant zijn, want het denken verdwijnt vroeg of laat altijd. Zodra je gaat slapen, zijn er (ofschoon er wel eens een droom komt) hele perioden zonder dromen en niet wakker zijn, er is dan geen denken. Maar als ik wakker word, dan kan ik toch vertellen dat ik een lekkere nacht heb gehad. Alles wat niet constant is, dat kan in ieder geval niet Ik zijn. Een denkrealisatie is nooit constant, het wordt dan een strategie. Daarom zeg ik ook, ga helemaal in het denken zitten. En wel net zolang tot je voor jezelf glashelder hebt, dat je het met dat denken nooit zult redden. Als je met het denken wilt zien wat je bent, dan zul je daarover blijven denken. Vr: Het is niet zozeer dat ik boeken lees of zo, maar gewoon dat ik het meer van moment tot moment probeer te zien. A: En bij zelfrealisatie is elk proberen wat dat betreft gewoon weg. Vr: Dat lijkt me wel wat. A: Ik kan het een ieder aanraden. Misschien heb jij het gevoelsdeel al wel gedaan, maar aan alleen een gevoelsrealisatie heb je ook niets. Het doorzien echter van de gehele illusie, van de truc, vertaalt zich wel op alle niveaus. Het is heel vaak zo dat waar voor iemand nog de problemen liggen of lijken te liggen, dat dat nou net nog dat éne deel is wat iemand nog te doen heeft. Wat dat betreft zou het voor jou nog wel eens mee kunnen vallen. Vr: Terwijl ik dacht dat je bij het denken moest beginnen. Vraag (iemand anders): Kun je wat meer vertellen over gevoelsrealisatie en gedachterealisatie? Heb je dan ook lichaamsrealisatie, omdat het ook manifestatie is? A: Stel dat ik wat tegen jou zeg. Ik doe één of andere uitsprak en dat is een pijl in de roos. Jij ervaart daardoor een gevoel van helderheid, er komt geen denken bij kijken. Als je dan een dag later denkt dat het hem zat in dat gevoel dat je op dat moment kreeg en gaat proberen dat gevoel te herhalen, dan kun je spreken van misverstanden t.a.v. het gevoelsniveau. Als je denkt aan de uitspraak die ik deed en je gaat die voor jezelf lopen her halen, dan zijn er misverstanden t.a.v. het niveau van het denken. En als je de hele tijd in de spiegel gaat lopen kijken om te zien of je er al beter uitziet omdat je iets begrepen hebt, dan zijn er misverstanden op het vlak van het lichaam. Maar in feite is een dergelijk indeling natuurlijk onzin. Ik praat er nu over alsof het 3 verschillende dingen zijn, maar ik kan mij bv. zonder denken geen lichaam voorstellen en zonder gevoelens ook niet. Mijn ervaring is in ieder geval, dat de mensen die het op een gegeven moment gerealiseerd hebben en die ik ken, dat die alle niveaus doorzien hebben. niet slechts helderheid in het denken of helderheid in het voelen. Nee, helderheid op alle niveaus. Vr: Het gaat natuurlijk om dat laatste stukje, het venijn zit in de staart. A: Dat is het lastigste, daar had ik Alexander voor nodig. Het heet niet voor niets zelfrealisatie. Je kunt best wel veel zelf. Je kunt je afvragen, heb ik een guru nodig of juist niet. Maar in mijn geval, ik zou niet weten hoe ik dat laatste stukje zou moeten doen. Vr: En dat laatste stukje zou dan kunnen zijn, of op mentaal niveau of op emotioneel... A: Het is een soort integratie, maar dat wordt hoe langer hoe minder benoembaar. Je kunt aan elke verlichte vragen: "Wat gebeurde er die laatste week voordat je het realiseerde?" Daar kun je best dingen over zeggen, maar het wordt hoe langer hoe vager. In mijn geval is het niet zo geweest dat ik éénmalig iets hoorde waarvan ik dacht 'ah, zit dat zo'. Dat ik toen ineens door de grond zakte of zoiets, nee. Ik zeg altijd maar, houd je gewoon bezig met wat op dit moment belangrijk voor jou lijkt te zijn en ga niet halfslachtig zijn. Want je hoort tegenstrijdige dingen, lijkt het soms. Bijvoorbeeld over mediteren, waarom ik dat niet gedaan heb weet ik niet. Het ging in ieder geval niet zo van "nou ik hoef waarschijnlijk niet te mediteren, doe ik het maar niet". Nee, voor mij was dat gewoon helder, ik hoefde niet te mediteren, dus deed ik het ook niet. Maar als iemand aan mij vraagt: "Zou meditatie goed zijn?" dan zeg ik ja. Want er is dan nog twijfel. Ga dan maar mediteren, maar doe het dan ook helemaal. Ga niet zitten van 'ik weet niet of het goed is'. Nee, ga er dan voor en kom er achter dat het geen zin heeft. Voor die tweeslachtigheid, daar moet je voor waken. Het gaat vooral om er totaal mee bezig te zijn. En het maakt eigenlijk niet uit waar je begint, want waar je ook maar kijkt, alles verwijst naar jezelf. Je kunt beginnen bij lichaam (karma), denken (jnana), of voelen (bhakti). Vr: Wel is er steeds het besef van die kenner, maar tegelijkertijd realiseer ik me ook dat die toch op de één of andere manier verweven is met mijn fysieke aanwezigheid. Er lijkt een soort locatie van je aanwezigheid. Ik weet dat het niet zo is, maar het kan ook niet zonder dit lichaam. A: Precies. Nou, dat weten dat het niet zo is, dat noem ik altijd het hogere weten. Dat zou je jnana kunnen noemen. En die voorstelling van die kenner en het gekende en het kennen, dat noem ik altijd het lagere weten, het denken. En dan niet hoger en lager in de zin van een waardeoordeel, maar in de zin van 'wat gaat vooraf aan wat'. Want je kunt zeggen, okay ik ben me bewust van een kenner, ik ben me bewust van het gekende en ik weet ook dat er een kennen is. Dat is mooi, maar eigenlijk is er alleen maar kennen. Als ik deze microfoonstandaard aanraak, dan bewijst dat gevoel niet dat er een microfoonstandaard is, want er is alleen maar de waarneming van dat gevoel. Vr: Maar die waarneming vindt ergens in plaats en dat is mijn punt. A: Ook mijn punt, voor mij was dat een vrij belangrijke stap. Ik zat altijd maar met dat gekende. Maar iets kennen bewijst niet het gekende, het bewijst alleen maar het kennen. Allemaal mooi hoor, die objecten die er lijken te zijn, maar het enige wat je kent is dat kennen zelf, de kennendheid. En de kenner kun je ook verzinnen. Hij moet er wel zijn, maar dat kun je alleen maar verzinnen. Er is alleen maar die kennendheid. Je kunt natuurlijk zeggen dat er ook iets moet zijn waarin het verschijnt, maar dat kun je toch niet de hele dag voor jezelf gaan lopen herhalen. Dan krijg je hetzelfde wat ik net al zei, dan wordt het een strategie. Bijvoorbeeld: "Shit, er piest een poedel op mijn laars, maar gelukkig verschijnt dat allemaal in het bewustzijn dat ik ben'. Zo kun je natuurlijk niet leven. Het komt niet neer op denkwerk. Vandaar dat het accent in Advaita heel vaak ligt op het 'hogere weten', het 'weten' waarmee je het kennen ziet. Het weten, het hogere weten, het zien, het kennen; het zijn allemaal woorden voor hetzelfde, 'waarnemen'. weten niet in de zin van kennis, maar weten in de zin van zien. En dat weten is moeiteloos. Vr: Bijvoorbeeld dat wat je zei van die hand, die zich op dat moment moeiteloos gewaar is van het staal. A: ik ben me dan moeiteloos gewaar van een gevoel daar en ook van allerlei gedachten die er tevens bij opkomen. Hand, microfoonstandaard, dat flitst allemaal langs. Het kost mij geen moeite om dat waar te nemen. Vr: Het gaat per object, is het niet. Eerst is er die waarneming van dat ijzer en vervolgens het mentale van 'dat is een microfoon'. je kent maar één object tegelijk. Wat kun je dan weten? A: Het enige wat je kunt weten is die kennendheid zelf. Ik moet kijken naar dit figuurtje hier, naar deze stang. Het gevoel (in de hand) moet ik eraan koppelen via het denken. In wezen hebben ze niets met elkaar te maken. Het zijn gewoon 2 (zintuig)gevoelens, 2 objecten en die moet ik via het denken aan elkaar koppelen om er één beeld van te maken. Dat is prima, want anders zou het lichaam niet zolang overleven. Daar is niets mis mee, het is heel mooi dat dat kan. Alleen, het is wel denkwerk. Ik denk in de bioscoop niet dat er werkelijk allemaal kleine levende mannetjes in de projector zitten, maar op het doek groot lijken. Het betekent ook niet dat ik me in de film niet in kan leven. Ik weet heel goed dat het gewoon allemaal achter elkaar gezette plaatjes zijn, waardoor er beweging lijkt te ontstaan, maar ik raak er geen moment door verstoord. Vr: Kun je ook geëmotioneerd raken? A: Ja zeker, dat wordt alleen maar erger. Ik huil zomaar, want de rem is weg. Dat was wel enigszins teleurstellend voor mijn zogenaamde siddhi-denken van voordien, want dat verwachtte namelijk dat het allemaal gelijkmatig en lief zou worden. Maar het werd heftiger, in ieder geval bij mij wel. Als ik kwaad ben dan ben ik ook werkelijk witheet. Ben ik blij, dan ben ik ook 100% blij. En als ik verdrietig ben, dan ben ik 100% verdrietig. Het is allemaal veel intensiever geworden. Misschien hebben jullie theoretische overwegingen, dat je daarom nog niet gerealiseerd bent, bijvoorbeeld omdat je lijf het nog niet aankan, dat moeder natuur zegt dat je nog even moet wachten. Echter, je kunt op een heel ontspannen manier naar stress kijken. Werkelijke ontspanning betekent overigens niet dat er nooit geen opwinding meer zal zijn, dat er geen woede meer verschijnt. Die associatie hebben veel mensen: "Als je ontspannen bent dan ben je altijd gelijkmatig." Maar kijk eens in de natuur, bekijk eens een willekeurige natuurfilm met leeuwen of tijgers. Er is best veel opwinding in de natuur, leeuwen gaan op jacht, leeuwen worden kwaad, etcetera. Maar het gaat allemaal spontaan en in volkomen ontspanning. Dat is het mooie van realisatie, het is iets waar ik niet meer uit kan. Vroeger dacht ik altijd dat het te vinden was, maar nu weet ik dat het niet te vinden is. Daarom kan ik het ook niet kwijtraken. Iets wat je kunt vinden, kun je weer verliezen. Maar wat je niet kunt vinden, kun je niet kwijtraken. Je kunt het alleen maar zijn. Ik hoef er ook geen moeite voor te doen om het vast te houden, het op te bergen, of het te beschermen of wat dan ook. Want wat je bent, kun je niet kwijtraken. Maar aanvankelijk was mijn denken enorm resultaatgericht, het was getraind op 'wil je resultaat, dan zul je er wat voor moeten doen'. Hoe vaak hoor je dat nou niet tussen je 4e jaar en je 30e jaar. Dat hoor je eigenlijk elke dag. Op school, op sport, in relaties, thuis, in je kennissenkring, als je bezig bent voor je rijbewijs, of als je bezittingen wilt verwerven, enz. enz. Het gaat maar door. Het is ook van toepassing in het leven, want als ik piano wil leren spelen, dan zal ik toch elke dag een uurtje moeten oefenen. Het enige waar je het nou net niet voor kunt gebruiken, is om te ontdekken wie of wat je bent. Wat we in de praktijk echter doen, is dat we op dezelfde manier te werk gaan als we altijd gewend zijn, zoals het ons geleerd is. Omdat ik hier al een paar dagen logeer, liep ik hier gisteren al rond. Hiernaast hangt een bord op de deur van 'jij helemaal anders', heb je dat gezien. Want zoals jij nu bent, is het blijkbaar niet goed genoeg, het moet helemaal anders. Vraag (iemand anders): Toch zitten we wel hier, opdat jij ons dat kunt vertellen. A: Die luxe permitteer ik me niet. Ik herken het wel, want toen ik de eerste keer dat huis in Baarn instapte, dacht ik iemand tegen te komen die op zijn minst een gele uitstraling om zijn hoofd zou hebben. Men vraagt wel eens wat het verschil nu is tussen iemand die niet gerealiseerd is en iemand die wel gerealiseerd is. Het verschil is dat degene die niet gerealiseerd is, denkt dat er verschillen zijn. Vr: Jij zegt 'je bent het al, houd op met zoeken'. Ergens geeft dat een soort machteloosheid voel ik, van 'ik houd er maar mee op'. A: En dan dat (ermee ophouden) in het kwadraat, eerst in je denken, dan in je voelen, dan in je wezen en in je leven en er dan zijn. Van 'houd er maar mee op'. Vraag (iemand anders): Terwijl iedereen door hetzelfde proces heen moet. A: Ja, dat is het rare ervan, je kan eigenlijk ook niets overslaan. Vr: Stel dat je hier vanmiddag zat en zegt 'ik heb nog nooit een boek gelezen, ik weet niet wat satsang is of wat meditatie is'. Dan zat je hier ook niet. Iedereen moet ook door die pijnlaag heen, denk ik. Dit om achteraf te zien, dat had ik niet hoeven doen. A: Precies. Want je kunt pas zeggen dat iets niet nodig is, door het eerst uit te proberen. Je kunt pas zeggen dat er niets te doen valt, als je alles gedaan hebt wat er te doen is om te kijken of je het toch niet voor elkaar kan krijgen. Je kunt daar 30 jaar mee bezig zijn of 3 jaar. Ik voel me wel eens schuldig daarover, want ik heb eigenlijk maar 3 maanden rondgelopen bij Alexander. Vraag (iemand anders): En zie hij nooit iets speciaals tegen jou? A: Nee. Vr: Wat deed hij dan, wat gebeurde daar. Waar had je hem nog voor nodig. Je zei namelijk: 'daar had ik Alexander voor nodig'. Waarom, wat miste er nog? A: Als ik dat zeg dan lijkt het of ik bedoel, dat de persoon Jan Koehoorn de persoon Alexander nodig had. Toen ik begon bij hem zag ik hem inderdaad als leraar. Maar op een gegeven moment verdween het verschil. Als ik nu achteraf nog zeg 'daar had ik Alexander voor nodig', dan is dat nu voor mij eigenlijk een gekke opmerking. Ik moet dan zeg maar, dat denken terugdraaien in hoe het toen functioneerde. Vr: Je kunt zeggen, het gebeurde gewoon. A: Precies, het had niet anders kunnen gaan. Nou ja, je kunt natuurlijk obstakels bouwen en zo. Maar okay, als dat gebeurt, dan nog. Vr: Maar als je daar naar teruggaat en het gebeurt zo, betekent dat dan dat je eigenlijk geen beslissingen hoeft te nemen, geen keuzes hebt? A: Als mens wel, maar als wat je bent niet. Ik kan geen milliseconde voorspellen wat er gaat gebeuren, noch kan ik kiezen. Vr: Dat geeft me nog wel eens rust, namelijk. In de momenten dat ik denk 'het gebeurt zoals het moet gebeuren'. A: Precies, als je dat helemaal doorziet, houdt daarna het proberen op. Vr: Het proberen van het 'ik' houdt op. A: Ja, want als je weet dat je de komende 10 seconden voor geen promille in de hand hebt; waarom dan nog zoeken naar zelfrealisatie. Ik kan niet besluiten om niet ziek te worden. Ik kan niet besluiten om mijn haar te laten stoppen met groeien. We kunnen morgen door een meteoor getroffen worden en daar zouden we niets aan kunnen doen. Het lijkt wel zo, maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo. Vr: Geldt dat nou ook voor je lichaam? Ik heb zelf een periode ervaren dat mijn lichaam uit zich zelf ging bewegen. Bv. dat mijn lichaam vanzelf ging zitten of staan, en ook uit zichzelf oefeningen ging doen. Heb jij die ervaring ook en wat betekent dat? A: Ik ben pianist. Als je muziek maakt en het gaat goed, dan zit je eigenlijk met verbazing te kijken naar je eigen handen. Vr: Maar gaat dat gevoel ook over? Mijn lichaam deed uit zichzelf yoga. In het begin gaf dat een extatisch gevoel, daar mijn lichaam dat deed. Maar nu ik erop begin te letten, is het net of het niet meer wil. Mijn vraag is, kun je dat altijd of verdwijnt dat gevoel. Wat is daarvoor nodig? A: Ik kan het nooit en daarom is het altijd zo. Vr: Precies, er is bij jou niet iemand meer die dat doet, het gebeurt. A: Nooit geweest ook. Maar ik heb een hele tijd gedacht dat het wel zo was. Dat is het misverstand gewoon. Dat is eigenlijk het enige misverstand. Het verschil tussen jou en mij is nul komma nul. Vr: Vanuit jou gezien. A: Dat is de enige manier waarop ik iets kan zien. Vr: Maar wat je net zei, is dat die denker ertussen uit moet. op het moment dat ik denk 'hé wat doet mijn lichaam', dan doet het het niet meer. A: Klopt, nou en wat er dan gebeurt, is dat er hele grappige dingen in het denken gebeuren eigenlijk. Het is hetzelfde als met dat identificeren. En op zo'n moment ben je je daar ook weer gewoon gewaar van, want dat is nl. ononderbroken. En ik vind het altijd heel komisch om te zien dat er allerlei dingen verschijnen. Bv. het lichaam doet iets en dan komt er even later denken op. Een denken dat zegt 'ja, dat was een spontaan moment, laat ik kijken of ik dat nog eens terug kan halen'. Trouwens op dat moment ben ik weer spontaan aan het waarnemen. Je zou het om kunnen draaien, probeer dat maar eens te verstoren dat spontane waarnemen. Probeer maar eens een moment te creëren waarop je niet spontaan gewaar bent. Dat lukt niet. Dat krijg je niet voor elkaar. Dat geeft aan dat dat waarnemen altijd is, of er nu iets in verschijnt of niet. Dat maakt niet meer uit, maar dat waarnemen is er altijd. Dat kan ook niet anders natuurlijk. Hoe kan er nu in godsnaam een heel universum verschijnen en een lichaam van ongeveer een jaar of 3, voordat er eerst een leegte is waar dat in verschijnt. Vr: Ja, dat is onmogelijk. A: Precies. En je kunt zeggen dat dat onmogelijk is omdat je het al kent, het al weet. Dat noem ik het hogere weten. Vraag (iemand anders): Het kan zijn dat het bij de één wel en bij de ander niet gebeurt. Dat kan dan komen omdat de natuur het bv. tegenhoudt of omdat je systeem er nog niet op berekend is. A: Ja, wie weet. Misschien is het gewoon genade. Vr: Maar dan is het beide genade, nl. of het nu wel of niet gebeurt. A: Ja, alles is genade, dat is de truc. Ja prachtig. Vraag (iemand anders): Ik was getroffen door wat je zei over emotioneel zijn. Dat is ook iets wat ik zelf ervaar, bv. snel huilen of boos worden. Als het me overkomt, vind ik dat erg vervelend. Dit omdat ik dan het gevoel heb anderen daarbij te betrekken. A: Dat was eigenlijk ook wat ik in de loop van mijn leven geleerd had, nl. om daar een deksel op te doen. Ervoor te zorgen dat ik andere mensen daar niet mee lastig viel, niet (psychisch) beschadigde of wat dan ook. Maar je kunt je afvragen wat schadelijker is voor je omgeving. Want als jij ergens een deksel op doet, dan is het daarmee niet weg. Dat komt natuurlijk op een gegeven moment weer een keer boven. En dan misschien veel heftiger, of in ieder geval verwrongen of zo. Maar zuivere woede? Bv. als iemand zuiver kwaad is, dat ervaar ik eigenlijk nooit als beschadigend. Als ik bv. heel kwaad ben op één van mijn dochters, dan kan ik werkelijk witheet zijn voor 2 seconden, maar daarna is het ook helemaal weg. Je kunt ook denken van, 'ik ga haar niet achter het behang plakken'. Ver volgens ben je daar dan de hele dag mee bezig en gedraag je je ook op een bepaalde manier naar je dochter. Wat dat betreft, ben ik nu niet bang meer dat.. Het is natuurlijk wel zo dat ik af en toe merk dat ergens een rem op gezet wordt. Dit omdat het in een bepaalde situatie niet geëigend is, om een gevoel helemaal te uiten. Je kunt bv. wel kwaad zijn, maar je hoeft dat niet speciaal te uiten. Eén van de misverstanden die er heersen ….. Kijk, er is hier wel veel emotie, maar er is niemand meer die er iets mee wil doen. En dat betekent dat het onderdrukken kan gebeuren, maar gewoon wordt gezien voor wat het is. En het uiten kan ook gebeuren en dat wordt ook gezien voor wat het is. Maar in beide gevallen wil ik wat doen met dat gevoel, ik wil er nl. vanaf. Wat je veel ziet, is dat je in de eerste 20 jaren van je leven leert om ongewenste gevoelens te onderdrukken. je mag niet kwaad worden, of je mag niet bang zijn, noem maar op. Nadien gaat het heel vaak de andere kant uit, als je bv. in therapie gaat. Dan ga je bv. een foto van de leraar van de lagere school op een boksbal plakken, je trekt een paar handschoenen aan en dan ….. En ja, wat er tussenin zit is dat je het gevoel gewoon het gevoel laat zijn. zonder dat je er iets mee wilt. Dat het gevoel er zo mag zijn zoals het is. Dat het gevoel noch goed is noch slecht is, dat je het en niet meer onderdrukt (repressie) en niet meer uitdrukt (expressie). Ik kan bv. wel iets zeggen als ik heel kwaad ben, maar ik hoef niet een heel serviesgoed uit het raam te gooien om van dat gevoel af te raken. Vr: Je benoemt het alleen? A: Ja. Ik bedoel hiermee overigens niet, dat omdat de gevoelens intensiever zijn geworden, dat ik daardoor driftiger ben geworden. De emotie is gewoon wat hij is. De emotie is ook niet demonstratief geworden, is niet de andere kant opgeslagen. Maar alles wordt gewoon gezien zoals het is. Eén van de gevaren bij Advaita is, dat je op een gegeven moment eerst denkt dat je hier bent en dat je daar naar toe moet. Daarmee blijf je in de dualiteit zitten. D.w.z. eerst onderdruk ik mijn gevoelens en daarna ga ik ze altijd uiten, maakt niet uit waar. als ik te lang in de rij voor de kassa van de supermarkt sta, dan mag ik mijn woede uiten. Maar ja, dat kun je een paar keer doen en dan denk ik dat je op een gegeven moment op het politiebureau in de cel zit. het is lang niet altijd zo, dat ik elk gevoel wat ik heb, ook meteen maar hoef te uiten. Maar de gevoelens die ik heb zijn wel een stuk intensiever, ze worden intensiever beleefd. Maar degene die die gevoe lens probeert te claimen of die er iets mee wil doen, die is doorzien. De gevoelens zijn lang niet altijd verdwenen maar het waarheidsgehalte is eraf en dat is het verschil. Vr: Nu ervaar ik een gevoel van spanning, wat ik al ongeveer een dag heb. Alsof ik de grip op mijzelf kwijt kan raken en dat beangstigt enigszins. Moet ik daar dan gewoon naar gaan kijken en verder niet? A: Wat je kunt doen is ontdekken dat je daar al elk moment naar kijkt. Vr: En ik wil nog van die spanning en die angst af. A: Ja, maar die mogen er gewoon zijn. Die gevoelens zijn er, worden
gezien en ook zie jij al die gedachten die er iets mee willen doen.
Dat wordt allemaal gezien. En tenslotte, de laatste valkuil, dat is
de truc van 'ik laat het er allemaal maar gewoon zijn', die wordt
ook gezien. Je krijgt dan formuleringen als 'oh ja, ik heb het helder,
wacht, ik ga het zo doen, ik ga er alles laten zijn'. Maar er is niemand
die iets laat of toelaat. Er is nl. nog één stap verder
terug dan je denkt. Een stap die je net altijd vergeet, maar die je
ook nog kunt maken. En die éne stap verder terug is 'blijven
in wat je bent'. De moraal van het verhaal is dat acceptatie altijd
al het geval is. Altijd, van seconde tot seconde. Het is niet iets
waar je uit kunt. Het is voor wat jij bent onmogelijk om iets niet
te accepteren. Dat kan niet. Jij kunt iets niet weigeren en ook kun
je iets niet toelaten, geen van beiden. Als ik wat zie dan is het
er al, ik kan daar niet meer voorkruipen om het tegen te houden. Met
andere woorden, het onderdrukken van iets is ook een illusie. Vraag
(iemand anders): Ik heb een vraag over willen of de vrije wil. Het
lijkt zo dat als ik ergens toe besluit, dat ik dan verstandelijk weet
dat ik niet besluit. Dat besluiten een resultante is van een scala
aan krachten, en wat besloten wordt is er eigenlijk al. Daar speelt
het ik geen rol in. Maar dat is verstandelijk geredeneerd, gevoelsmatig
kom ik er daar niet mee. Ik kan wel gaan denken, laat maar, relax,
maar dat gebeurt niet. A: Ik weet alleen ondertussen niet meer precies wat. Dat is zo'n nadeel als je alles zo snel loslaat. Genade klinkt een beetje katholiek en dat bedoel ik er niet mee. Wat ik er wel mee bedoel is, dat het 'nu' onder alle omstandigheden het beste is, wat er kan gebeuren op dit moment, ook al lijkt dat soms helemaal niet zo. Dat zou je genade kunnen noemen. Het 'nu' is de enige mogelijkheid. Als jij 'nu' denkt dat jij niet gerealiseerd bent, dan is dat blijkbaar het beste wat er 'nu' kan gebeuren. Maar het kan niet anders of je komt er op een gegeven moment op uit dat het in werkelijkheid allemaal anders ligt. Dat kun je dan ook weer genade noemen, want dat is het beste wat er 'dan' kan gebeuren. Zodra je in de weer gaat om het 'nu' te verbeteren of te veranderen, dan probeer je om die genade heen te gaan, dat is heel onnatuurlijk. Vr: genade ligt dicht aan tegen aanvaarding? A: Ja, totale aanvaarding. Het is eigenlijk gewoon hetzelfde. Of noem
het verwondering, spontaniteit, of acceptatie. Je kunt er allerlei
woorden voor verzinnen. Die woorden komen niet op, op het moment dat
het zich afspeelt. Bv. wat ben ik vandaag weer geweldig in de weer
geweest om alles te accepteren en dat je dan dankbaar kunt gaan slapen.
Zo werkt het natuurlijk niet. Vraag (iemand anders): Op internet las
ik je verhaal over je angsten, er staat een verhaal over hyperventilatie.
Zelf heb ik jarenlang erge angsten gehad, daar ben ik deels overheen.
Maar ik durf nog steeds niet alleen te reizen. Dat beperkt me erg
en het klopt ook niet met mijn gevoel van wie ik ben. Zou je wat aanwijzingen
kunnen geven? Vr: Dat is al gebeurd en heeft ook geholpen. Want op een gegeven moment
durfde ik nog heel weinig, durfde niet meer alleen naar buiten. Maar
dit laatste punt, dat reizen, daar bedenkt mijn denken allerlei motieven/uitvluchten
voor om het niet te doen. Vr: Het gaat me niet eens in 1e instantie om het reizen, eerder om
vrij te zijn te kiezen dat ik kan doen wat ik wil. En nogmaals de
tegenstrijdigheid in het gevoel, wat ik dikwijls ervaar is rust en
vrede, maar niet als het over reizen gaat. Vr: Daar kun je naar kijken bedoel je? A: Voor mijn gevoel werd mijn aandacht daar op een gegeven moment steeds meer naartoe getrokken. Het werkte niet voor mij om steeds maar weer in dat denken te duiken. Ik had ook ademhalingsoefeningen gedaan, dat hielp wel een beetje. Het vergroot je gevoel van controle een beetje………. Vr: Maar het was niet de oplossing? A: Het was meer symptoombestrijding dan een oplossing. Daar is niets mis mee, maar ik had het gevoel dat ik nog niet bij de essentie was van waar het om draaide. Je kunt wel je ademhaling leren beheersen, daar kun je yogalessen voor volgen of zangles. Want die adem moet weer omlaag, hij zit meestal hier hoog, als je hy perventileert. Op een gegeven moment had ik echter de ademhaling weer onder controle. Ik dacht, mooi dat ik mijn adem kan regelen, maar vond nog niet dat ik klaar was. Ik wilde weten wat er aan de hand was op het moment dat ik bang was of een angstaanval ervoer, of 's nachts wakker werd met hartaanvalsymptomen en dacht dood te gaan. En zonder rationele verklaringen, analyses en zo, dat interesseerde me niet. Ik wilde gewoon alleen zien wat er was. Maar dat ging niet van de éne dag op de andere, want die gewoonte om uit datgene te willen wat zich aan je presenteert, die was bij mij ontzettend sterk. Maar toch had ik op een gegeven moment ……. Iets wat je ook wel eens in films ziet als de held van het verhaal lang achtervolgd is en je op een gegeven moment zoiets krijgt van 'kom maar op'. Dan loopt het meestal goed af, of niet, het kan ook zijn dat hij wordt afgemaakt. Maar goed, dat interesseert je dan niet meer, want je wilt weten wat er zich afspeelt voor jou. Vr: Mijn denken heeft uitgevonden dat dat allemaal mogelijk is als
ik veilig thuis ben of op straat, maar niet achter het stuur. Het
helpt voor mij niet, me voor te stellen dat ik achter het stuur zit,
of in de trein. Dat gaat maar voor een klein stukje, zoiets is toch
nog te veilig. A: Nee. Ik wil het nog wel even toelichten, het is geen afstandelijkheid of zo. Je hebt alleen een probleem als jij denkt dat wat 'nu' is anders hoort te zijn en moet veranderen. als er angst is hier en ik verzin dat het er niet zou moeten zijn, of ik projecteer dat het anders zou moeten zijn, dan is er een probleem. Als ik die denkbeelden geloof tenminste, als ik denk dat dat werkelijk kan. Als ik gezien heb dat dat niet kan, dan zijn er geen problemen. Wel weerstanden, pijn en weet ik veel, van alles, maar geen probleem. Dat komt nog wel eens een beetje hard over. Twee weken geleden zei iemand tegen mij dat zijn moeder dood ging. Toen zei ik ook, geen probleem. Er is geen probleem. Waarom is verdriet een probleem, waarom mag jij niet verdrietig zijn. Terwijl ik hem best een kaartje zou kunnen sturen, van sterkte of zo. Kijk als het 'nu' wel een probleem zou zijn, dan is dat hele verhaal over dat het 'nu' altijd het beste is wat er kan gebeuren op dit moment, natuurlijk onzin. Uiteraard ga ik niet lopen lachen bij een kist. Huilen is geen probleem, verdriet is geen probleem. Zo zit het. Eigenlijk zijn we één dag te laat (gister was 5 mei). Vraag (iemand anders): Voor de pauze zei je dat het ego op zich niet hoeft te verdwijnen. Als je doodgaat, dan verdwijnt het, begrijp ik. Moet je daar dan nog werk voor doen? A: Nee. Maar het hoeft niet eens zo dramatisch te zijn, want het verdwijnt elke nacht en het verdwijnt ook tussen 2 gedachten in, het verdwijnt als ik een goede film zie en het verdwijnt als ik naar mijn vriendin kijk, ook verdwijnt het als ik mijn dochter leuk zie spelen. Het verdwijnt constant. En dan komt het ego weer heel even, het zijn echt flitsen. Het lijkt dan alsof er continuïteit aanwezig is (achteréénvolgende plaatjes waar het ego de aandacht op richt), maar ook dat is slechts een truc van het denken. Het is gewoon elke keer een nieuw plaatje wat je op ziet komen (waar aandacht aan wordt gegeven). En die plaatjes hebben nog niet eens wat met elkaar te maken ook. Want als zo'n plaatje weg is, dan is het totaal verdwenen 'in die nietsheid die jij bent'. En later komt er een ander plaatje op. Net zo als dat de éne golf niets met de andere golf te maken heeft, de enige verbindende factor is water. En in mijn geval is de verbindende factor datgene wat ik ben, nl. bewustzijn. Vr: Het is op zich helemaal niet nodig om onderscheid te maken tussen dingen die van je ego zijn en dingen die dat niet zijn? A: Je kunt het wel doen, maar zie het niet als werkelijkheid, dat onderscheid.
Onderscheid maken is prima. Ik moet weten wat het verschil is tussen
die vrachtwagen die daar van rechts komt en mijn auto. Vr: Nog even terugkomend op het dood gaan, is dat dan makkelijker voor
jou dan voor mij? Qua ervaring kan ik nog niet begrijpen wat je zegt.
Diep in mij is wel iets dat 'ja' zegt, dat het klopt wat je zegt,
maar dat is mijn ervaring nog niet. Maar als ik doodga, is het dan
anders als ik dat allemaal wel zou vatten/ervaren? Heb ik dan nog
een heel stuk uit te vechten? Vr: In de eerste plaats het verdwijnen van mijn fysieke lichaam. A: Dat is in de tijd dat we hier zitten, al van moment tot moment gebeurd. Vr: Hoe bedoel je? A: Hoe laat is het nu? Vr: Half vier. A: Waar was je lichaam, op het moment dat je op je klok keek? Vr: Je bedoelt, je bent toch al niet je lichaam? A: Je lichaam verdwijnt so wie so continu al. doodgaan is niet iets
wat in de verre toe komst gebeurt. Je wordt elk moment opnieuw geboren
en je gaat ook elk moment opnieuw dood. Tenminste zo lijkt het, v.w.b.
het lichaam. het antwoord zou dan zijn, dat het voor ons allebei even
makkelijk is, hoewel ik niets van jouw situatie weet. Ik kan natuurlijk
alleen voor mijzelf spreken. A: Daarom zitten we hier om erover te praten, om die misverstanden te doorzien. Vr: Maar daarmee ben ik er niet. Ik kan het idee hebben van 'ja, dat begrijp ik', maar dat veran dert niets. A: Gelukkig maar, want als je iets zou kunnen veranderen, dan zou het ook kunnen verdwijnen, zou je het weer kwijt kunnen raken. Vr: Heb je nou nooit dat je naar anderen kijkt of zelfs naar je gezinsleden en denkt van 'toe nou, snap je dat nou niet'. A: Nee, nooit. We praten niet over dit verhaal thuis, bijna nooit. So wie so praat ik er niet veel over. Rond 1991 kwam ik bij Alexander terecht, dat was vanwege een boek van hem dat in 1991 is uitgegeven. pas sinds 1997/1998 ben ik dit verhaal gaan vertellen. Dat is ook wel kenmerkend voor deze traditie, nl. dat je niet als een jehovagetuige langs de deuren gaat om iedereen verlicht te maken of zo. Vr: Zo bedoel ik het niet. Meer vanuit de gedachte dat je dat iedereen ontzettend zou gunnen en moeilijk kunt begrijpen dat het hun niet lukt en jou wel. A: Wat mij betreft is het 'nu' perfect, ik zie geen tekortkomingen.
A: Nee. Vr: Dat kan ik mij niet voorstellen? A: 'Jij bent perfect'. Vr: Terwijl ik zelf het gevoel heb dat ik nog iets mis. A: Ook dat is perfect, wat mij betreft. Dat mag je van mij ook helemaal voelen. Je zult van mij niet horen van 'hé, verander eens'. Vraag (iemand anders): Waarom praat je er thuis niet over. Heb je die behoefte niet om dat thuis te delen? A: Als er naar gevraagd wordt dan praat ik er wel over. Maar als er niet naar gevraagd wordt, praat ik er niet over. Tenminste, het komt gewoon zelden voor. Wel heb ik ondertussen binnen de Advaita wat vrienden gekregen. Maar de mensen die ik nog ken van voor de Advaita, daarmee praat ik er niet over. Vr: Maar de behoefte aan herkenning, aan delen, is die er dan niet? A: Ja, maar dat is wat er steeds al gebeurt. Ik zit alleen maar mijzelf te herkennen en ik zie mezelf overal. Delen houdt meestal in dat er een ik is en iemand anders, die iets uitwisselen. Wat mij betreft is alles één, er valt niets te delen. Vr: Kennelijk snap ik het niet? A: Stel dat ik ongevraagd advies zou geven. Let er maar eens op in de gevallen waar dat gebeurt. Hebben jullie dan niet……….. Zelf krijg ik dan altijd zo'n krampgevoel van 'hier klopt op de één of andere manier iets niet'. Dat kan ook op andere niveaus, bv. je krijgt van je ouders allerlei ongevraagde adviezen, of je koopt een huis en van je hele kennissenkring hoor je wat je wel en niet moet doen. Nou ik zit daar zelf nooit op te wachten. Als ik van iemand advies wil dan vraag ik er wel om. Andersom geredeneerd, waarom zou ik over Advaita praten als iemand daarin niet geïnteresseerd is. Het is al moeilijk genoeg voor diegenen die wel geïnteresseerd zijn. Vr: Ik bedoel niet zozeer t.a.v. iedereen, maar meer t.a.v. je naasten. A: Je bedoelt bv. dat ik iemand zie lijden en weet dat als ik hem dit verhaal duidelijk kan ma ken, dat dat lijden dan over kan gaan. Dat zou een reden zijn om erover te gaan praten. Vr: Nee, dat ik er thuis over zou kunnen praten met mijn vrouw. A: Maar dan is die interesse er toch al bij jouw vrouw? Vr: Nee. A: Mijn ervaring is dat de gesprekken dan ophouden en bij mij komt het dan ook niet meer terug. Ik zal wat over mijn vader vertellen. Mijn vader heeft postduiven en die wilde graag dat ik ook postduiven ging houden. Ik ben nu bijna 39 en hij is er pas een paar jaar geleden mee gestopt om daar met mij over te praten, of schoon het zo af en toe nog wel eens gebeurt hoor. Ik vind dat een heel wonderlijk verschijnsel, wat ik niet snap. Ik zou daar eerder mee zijn gestopt. Wat heeft het nou voor zin om te praten, praten, praten, als iedereen denkt 'oh mijn god daar heb je JK weer met zijn gelul over Advaita'. Als je in je omgeving merkt dat mensen weglopen als jij een kamer binnenkomt, dan ben je mogelijk het type dat ongevraagd advies uitdeelt en dat niet doorheeft. Je hoeft maar om je heen te kijken. Als wij met onze kinderen naar mijn ouders gaan dan kijken ze eerst waar opa is. Als hij in de tuin is gaan ze gauw naar binnen naar oma toe. De jongste is pas 10, dat weet je al jong. Wat hier gebeurt, is dat ik wil er graag over wil praten. En dat gesprek begint ook alleen maar als er van buitenaf een beroep wordt gedaan op die kennis. Maar ik pik snel op of iemand zoiets heeft van nou ja, laat maar zitten. Vanmorgen bij Atte aan de koffie, dan is die golflengte er al, en zitten we vrij snel hierover te praten, maar ook nog niet eens de hele tijd. Vr: Misschien is het zoiets als de angst alleen te staan, maar dat
sta je natuurlijk altijd al. Dat je dat wat belangrijk voor je is
kunt delen met iemand. A: Dat is wat ik net zei, dat gebeurt continu. Vr: In het begin, als je er nog onzeker over bent, speelt dat wel een rol, nl. dat je dat dan een zaam maakt en dat je dat niet verdraagt. A: Ik raad het eigenlijk altijd af om erover te praten. Zelf ging ik in de pauze bij Alexander nooit met andere mensen over Advaita praten. Vr: Niet met andere mensen maar met degenen van wie je houdt of waar je mee leeft. A: Omdat je er zo vol van bent. Maar dat delen vindt al op alle niveaus plaats. Als je samen tv kijkt en je lacht om hetzelfde dan deel je ook iets. En als ik wat probeer uit te leggen wat een ander niet snapt, dan delen we het misverstand. Dat is allemaal delen, het gaat maar door. ik heb helemaal niet het gevoel dat ik iets mis. Vr: Maar jij maakt niet die scheiding tussen dingen, enerzijds dingen die je plezieren, bv. voor de tv, en anderzijds dingen waar je een ontwikkeling in doormaakt. Ik heb vriendinnen die zeggen dat hun relatie daaraan stuk gaat, omdat de één zich daar wel mee bezig houdt en de ander niet. A: Ik denk dat het net zo goed andersom zou kunnen zijn. Namelijk de relatie is al niet zo goed, je groeit uit elkaar en krijgt verschillende interesses. Als je echter zegt dat door die verschillende interesses de relatie stuk gaat, dan denk ik dat je achterstevoren denkt. Want je kunt er nooit precies de vinger opleggen waarom een relatie niet werkt. Dat zie je als mensen uit elkaar gaan, je krijgt ingewikkelde gesprekken, maar je komt er nooit uit. Want er is niet één dingetje uit te pikken, bv. één schuldige aan te wijzen, waarom het niet goed is gegaan. Op een gegeven moment kan de één interessen krijgen in iets en de ander niet. Als alleen dat éne verschijnsel genoeg is om zo'n relatie uit elkaar te drijven, nou dan was het toch al niet veel volgens mij. Vr: Dat zal zeker een grote rol spelen. Waar het waarschijnlijk ook om gaat is dat die sterke drijfveer van binnen moet stoppen om de ander te willen veranderen, m.n. je partner. A: Je kunt eigenlijk zeggen dat hoe je de wereld om je heen ziet, dat dat een projectie is van hoe je jezelf ziet. Als je de mensen om je heen wilt veranderen, dan wil je eigenlijk jezelf veranderen. Want wat je om je heen ziet is eigenlijk alleen een weerspiegeling van jezelf. Vr: Oh, zit dat zo. A: That's the way it is. Vraag (iemand anders): Als ik jou zo beluister en zo voel ik het zelf ook, is dat het op zich niet zo interessant is om anderen te vertellen wat je allemaal voelt en wat je denkt of wat je…… A: Dat is inderdaad niet interessant. Vr: Of wat anderen daar nou van vinden. Ik merk wel dat mensen graag mensen tegenkomen die diezelfde interesse hebben. Maar ik denk dat dat een laag dieper zit, nl. dat mensen erg onzeker zijn en kwetsbaar en constant op zoek naar steun, een vader, een moeder, een guru. A: Ja en dan moet je zieltjes winnen natuurlijk, want anders stort het gebouw in.
|