Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > artikelen

Over vrije wil

Als je jezelf bezig houdt met zelfonderzoek, komt vroeg of laat het begrip vrije wil op de proppen. Hebben we een keuze, of worden we geleefd? Zijn we verantwoordelijk voor onze daden, kunnen we er op aangesproken worden, of bestaat zoiets als schuld helemaal niet? Als er zoiets als schuld bestaat, wie is degene dan die de schuld krijgt? Wie wordt er eigenlijk verantwoordelijk gesteld? Ik bedoel hier-mee het volgende: wie of wat is de entiteit die vermeend wordt de schuldige te zijn? Dat zijn zo wat van die vragen die de revue passeren.
Laten we voor het gemak eens aannemen dat er een vrije wil is. Dat de mens een keuze heeft dus. Het eerste wat we hier tegenin kunnen brengen, is dat er in ieder geval een heleboel is wat we niet in de hand hebben. Mijn ouders kunnen deze week doodgaan, mijn dochters kunnen een ongeluk krijgen, ik kan de honderdduizend gulden winnen in de loterij, maar daar kan ik allemaal niet voor kiezen. En er is nog veel meer; ik kan ziek worden zonder dat te besluiten, mijn haar groeit zonder dat ik er voor kies, mijn voedsel verteert zonder dat ik daarover beslissingen heb genomen. In feite kan ik er niet eens voor kiezen de volgende tien minuten in leven te blijven.
Dit zijn allemaal argumenten die de stelling van een vrije wil ondergraven. Er zijn natuurlijk ook ge-noeg verschijnselen te noemen die wél in de richting van een vrije wil wijzen. Als het stoplicht op groen springt, besluit je om te gaan rijden. Als je in de spiegel kijkt en vindt dat je haar niet goed zit, pak je een kam. We besluiten om kinderen te nemen, op vakantie te gaan, om linksaf te gaan in plaats van rechtsaf, en tenslotte besluiten we op zelfonderzoek uit te gaan.
Bij al deze handelingen die op het bestaan van een vrije wil wijzen is het in het belang van je zelfon-derzoek dat je gaat kijken of, beter, dat je Nu kijkt, uit wat voor materiaal diegene bestaat die de keuzes zou maken. Want als er een vrije wil is, dan is er dus iets of iemand die kiest. Wie, of wat, is dat? De voor de hand liggende gedachte is dat alle beslissingen worden genomen door de persoon. Dat jij dat bent, en dat jij zelf kiest. Ben je een persoon? Wat is een persoon?
Bijna iedereen heeft wel een bepaald beeld van zichzelf, een zelfbeeld. Dat beeld is opgebouwd uit herinneringen die je in de loop van je leven verzameld hebt. Er zijn ontelbare indrukken geweest, en de herinneringen daaraan worden gecombineerd tot een zelfbeeld. Dat beeld dat we over onszelf hebben, dat koppelen we aan het nemen van beslissingen, tenminste, als we uitgaan van een vrije wil.
Het gekke, of het aardige nu, is dat we dat beeld van onszelf kunnen waarnemen. Als iemand ons zou vragen een beschrijving van onszelf te geven, dan komt er een hele lijst met eigenschappen die we op kunnen noemen. Maar iedereen heeft wel de ervaring dat je eigenlijk altijd het gevoel hebt dat je niet genoeg vertelt, dat de vlag de lading dus nooit dekt. Want we kunnen het waarnemen! Al die eigen-schappen kunnen we zien, en daarom komt ook de vraag op: Wie is dan degene die dit alles waar-neemt? Het wordt nog gekker, als we ontdekken dat we diegene helemaal niet kunnen zien, want alles wat we kunnen zien, wordt ook weer waargenomen.
Als we dit ontdekken, is het ook onmiddellijk duidelijk dat we niet de persoonlijkheid zijn, want die wordt ook al weer gezien. Bij nadere beschouwing blijkt die persoonlijkheid helemaal niet zo continu als over het algemeen gedacht wordt. ’s Nachts, in de diepe droomloze slaap is hij afwezig, bijvoor-beeld. Als we een hele goede film zien, of een goed boek lezen, verdwijnt het zelfbeeld ook. Maar wat zijn we dan, ondertussen?
Laten we nog even terugkomen op het koppelen van dat zelfbeeld aan het nemen van beslissingen. Stel dat er iets gebeurt wat een onmiddellijke reactie vereist. Bijvoorbeeld een noodstop maken met de auto. Op het moment dat zoiets gebeurt, handel je. Alles gaat bliksemsnel en voor dat je het weet sta je stil, bijvoorbeeld in de berm van de weg. Heel snel daarna begint je hart pas te bonzen en komt er adrenaline vrij en dergelijke, vooral als je er aan denkt wat er allemaal had kunnen gebeuren. Maar waar was die persoonlijkheid op het moment van handelen? En het wordt nog eigenaardiger als we kijken naar heel alledaagse dingen, dus nog niet eens naar noodsituaties, maar bijvoorbeeld iets simpels als rechtop blijven staan, of op je fiets blijven zitten. Daar hoeft helemaal niemand zich mee te bemoeien, geen zelfbeeld, geen wat dan ook.
Dus als er al besloten wordt, of gekozen, dan is het in ieder geval niet de persoonlijkheid. Maar wat dan wel? Alles lijkt er op te wijzen dat er helemaal niet zoiets bestaat als een vrije wil. Is dit nu een vrij-brief voor bijvoorbeeld het plegen van diefstallen? “Meneer de rechter, ik kon niet anders, ik moest het doen. Het was voorbestemd.” (De rechter zou dan natuurlijk kunnen zeggen: “Dat u gestraft zou wor-den was ook voorbestemd, meneer!”) Hier zit een addertje onder het gras. We kunnen het afwezig zijn van een vrije wil niet als excuus gebruiken om gedrag goed te praten, want voor wie wordt er dan een excuus gezocht? Diegene waarvoor dat gebeurt wordt gezien als degene die de handelingen verricht zou hebben, en we hebben net gezien dat dat berust op het misverstand dat we de persoonlijkheid zouden zijn.
Misschien kunnen we ons onderzoek nog iets toespitsen door wat gedetailleerder te werk te gaan. Vrije wil is een samenstelling van vrijheid, of vrij zijn, en willen. Wat is willen eigenlijk? Als ik iets wil, of als ik iets niet wil, dan betekent dat dat ik niet tevreden ben met de situatie zoals die nu, op dit mo-ment, is. Er is het gegeven, het nu, en er is de geprojecteerde ideale toestand. Er is dus geen acceptatie van het nu, en er is de illusie dat er aan het nu iets veranderd of verbeterd zou kunnen worden. Diegene die dat zou moeten of kunnen doen is alweer die persoonlijkheid, waarvan we net hebben gezien dat we die niet zijn. We krijgen hier dus een paradoxale situatie: het niet-accepteren van wat er nu is, is in feite onvrijheid. Daarmee wordt de term ‘vrije wil’ een tegenspraak in zichzelf, een Contradictio in Terminis. Totale vrijheid houdt dan in: het volledige accepteren van wat er nu is. Er is dan niemand die iets te willen of iets niet te willen heeft. Het kan zijn dat er een persoonlijkheid verschijnt, maar aangezien we die niet zijn, maakt het niet uit of die zich aandient of niet.
Is het dan zo dat we een speelbal zijn van de natuur en maar gelaten hebben af te wachten wat er over ons heen komt? Kunnen we net zo goed de hele dag op een stoel gaan zitten? Deze vragen wor-den vooral op satsangs vaak gesteld. Het zou een experiment kunnen zijn in je zelfonderzoek. Ga maar eens een hele dag op non-actief, over misschien langer. En kijk maar eens wat er dan gebeurt. Onher-roepelijk komt er vroeg of laat actie wanneer de situatie dat vereist. Er moet bijvoorbeeld gegeten wor-den eens in de zoveel tijd. En eventueel gewerkt. Of je moet bijvoorbeeld naar de wc. De telefoon gaat, of de deurbel. En ga zo maar door. Het is misschien een tijdje vol te houden, maar niet voor heel erg lang. Het zou ook niet natuurlijk zijn, want het uitgangspunt, namelijk dat we een persoon zijn, klopt niet.
Als we geen persoon zijn, wat zijn we dan eigenlijk wel? Die persoon is in de loop van ons leven tal-loze keren veranderd. Eerst heb je als zelfbeeld het plaatje van een kind van acht, en later wordt het beeld bijgesteld tot dat van een puber of een volwassene. Maar wie of wat ziet die beelden komen en gaan? Hoe kunnen we vertellen dat de persoonlijkheid een tijdje afwezig is geweest? Dat kan alleen maar als wij er de hele tijd geweest zijn om dit allemaal waar te nemen. Blijkbaar zijn we dus datgene waar alles wat we waar kunnen nemen in verschijnt. De waaktoestand, de droom en de droomloze slaap zijn toestanden die zich afwisselen en die in ons verschijnen. Als je dit voor de eerste keer hoort of leest, moet je een draai van 180 graden maken om het te zien. Want je hele leven lang is je precies het tegenovergestelde verteld, namelijk dat je datgene bent wat je waarneemt. En dan nog niet eens alles, maar slechts een deel: bijvoorbeeld het lichaam. Met de ontdekking dat je datgene bent waar dit alles in verschijnt verandert er een heleboel. Een paar voorbeelden: “Ik ben kwaad”, wordt: “Er is woede”. “Ik wil dit of dat helemaal niet”, wordt – “Er is een verlangen”. “Ik word ’s ochtends wakker”, wordt: “Wat de wereld genoemd wordt, verschijnt”. Dit formuleert zich niet letterlijk zo, maar het is een minder foute beschrijving van wat er gebeurt.
Datgene wat er al is voordat er ook maar iets kan verschijnen noemen we in Advaita voor het gemak Absoluut Bewustzijn, hoewel geen enkele benoeming toereikend is. Dit Absoluut Bewustzijn blijft onbewogen toeschouwer van alle verschijnselen, zonder dat het iets toelaat of tegen kan houden. Alles verschijnt, blijft even, en verdwijnt weer. Oorlogen, vrede, verliefdheid, spirituele ervaringen, lust, honger, verdriet, alles mag er zijn en wordt gezien. Oordelen is niet aan de orde, en als dat al gebeurt is dat ook aan de gekende kant. Met andere woorden: dit Absolute Bewustzijn wat we zijn, is keuzeloos. Datgene wat we zijn, kiest niet. Keuzes worden wel gemaakt, maar die komen voort uit, en horen bij een bepaalde situatie, die we niet zijn. We zijn uitsluitend deze Beschikbaarheid waar alle situaties en verschijnselen in opkomen.
Ik begon dit stukje met de zin: “Als je jezelf bezig houdt met zelfonderzoek, komt vroeg of laat het begrip vrije wil op de proppen.” Vrije wil blijkt bij nadere beschouwing inderdaad niet veel meer te zijn dan een begrip. Want als we gaan zoeken naar degene die kiest, kunnen we lang zoeken. En als we gaan zoeken naar diegene die NIET kiest, kunnen we ook lang zoeken.