Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > artikelen

Psychologie en Non-Dualiteit

Stel dat het nooit beter wordt dan nu? Dat nu het enige is wat er op dit moment maar kan gebeuren? Stel dat het niet voor verbetering vatbaar is?
Vandaag stond ik in de supermarkt in de rij voor de kassa. Vlak voor me stond een vader met zijn kleine zoontje. Het jongetje hield een pak appelsap vast, maar dat lukte niet zo erg. "Zwaar", zei hij tegen zijn papa. "Ik dacht dat jij zo'n sterke jongen was!" antwoordde de vader. Het kind keek snel een andere kant op.
Hoe vaak krijgen we in ons leven te horen dat we niet voldoen aan de norm? Het wikken en wegen begint al op het consultatiebureau. Later op school worden we ook voortdurend langs een meetlat gehouden. Met sport is het vaak hetzelfde liedje. Op televisie en in de bladen zien we alleen maar perfecte mensen en ook op het werk is er een beeld waaraan we geacht worden te voldoen. En dan zijn er natuurlijk nog relaties, waar vaak wederzijdse verwachtingspatronen een rol spelen. En laten we vooral de reclames niet vergeten! De boodschap is duidelijk: het kan altijd beter.
Zo creëert eigenlijk iedereen in de loop van zijn leven een soort van ideaalbeeld waarnaar gestreefd wordt. Van tijd tot tijd wordt het bijgesteld, bijvoorbeeld als het ideaalbeeld bereikt dreigt te worden. Dan zou er niets meer zijn om naar te streven, dus gaat de lat een stukje hoger. Je moet immers een doel hebben?
In "sommige" gevallen gaat het mis en komt men in een crisis terecht. Dat zijn de mensen die de "ratrace" niet meer bij kunnen benen, om wat voor reden dan ook. Die crisis zou je kunnen omschrijven als een onoverbrugbaar verschil tussen die situatie zoals hij ís en de situatie zoals hij zou moeten zijn. Het ideaalbeeld is dan zó hoog gesteld dat er nooit aan te voldoen valt. In zo'n geval zouden we naar een psycholoog kunnen gaan. In therapie worden de ideeën die we over onszelf hebben, bekeken. Zo kun je leren dat bepaalde gevoelens er gewoon mogen zijn en dat ze niet meteen het etiket "fout" opgeplakt hoeven te krijgen. Het etiket "goed" is natuurlijk net zo goed een beoordeling, maar dan staat er tenminste iets tegenover.
Neem een gevoel als woede. Als je geleerd hebt dat zoiets niet goed is, dan heb je ook geleerd om dat te onderdrukken. In therapie leer je juist vaak dat het helemaal niet goed is om te onderdrukken, maar dat je je woede moet uiten. Sommige mensen slaan de andere kant op en worden een soort gevoels-exhibitionist. Ze grijpen elke gelegenheid aan om te laten zien hoe goed ze hun gevoelens kunnen uiten.
Het mechanisme om regels te stellen aan het nu is heel subtiel. Eerst leer je je te gedragen zoals je ouders willen, later gedraag je je zoals de therapeut het wil. Alexander Smit noemde dit het "verplaatsen van het meubilair".
Behalve het veroordelen, beoordelen en analyseren van gevoel is er nog een andere oplossing: kijken. Kijken, zoals je naar een boom, of een vogel, of een grasveld kijkt. Er is niets fout of goed aan bomen, vogels en grasvelden. Die zijn er gewoon. Ze hoeven niet weg, en ze hoeven ook niet te blijven. Dit is geen onverschilligheid, maar een totale interesse in het object zélf, in plaats van gedachten óver het object. Het vraagt een bepaalde alertheid zonder kramp. Dan wordt een gevoel in al zijn volheid en intensiteit ervaren, zonder dat het geclassificeerd hoeft te worden. En dan denk je naderhand niet: "Hé, dat heb ik goed gedaan!"