|
home > teksten > artikelen
Psychologie en Non-Dualiteit
Stel dat het nooit beter wordt dan nu? Dat nu het enige is wat er op
dit moment maar kan gebeuren? Stel dat het niet voor verbetering vatbaar
is?
Vandaag stond ik in de supermarkt in de rij voor de kassa. Vlak voor
me stond een vader met zijn kleine zoontje. Het jongetje hield een
pak appelsap vast, maar dat lukte niet zo erg. "Zwaar",
zei hij tegen zijn papa. "Ik dacht dat jij zo'n sterke jongen
was!" antwoordde de vader. Het kind keek snel een andere kant
op.
Hoe vaak krijgen we in ons leven te horen dat we niet voldoen aan
de norm? Het wikken en wegen begint al op het consultatiebureau. Later
op school worden we ook voortdurend langs een meetlat gehouden. Met
sport is het vaak hetzelfde liedje. Op televisie en in de bladen zien
we alleen maar perfecte mensen en ook op het werk is er een beeld
waaraan we geacht worden te voldoen. En dan zijn er natuurlijk nog
relaties, waar vaak wederzijdse verwachtingspatronen een rol spelen.
En laten we vooral de reclames niet vergeten! De boodschap is duidelijk:
het kan altijd beter.
Zo creëert eigenlijk iedereen in de loop van zijn leven een soort
van ideaalbeeld waarnaar gestreefd wordt. Van tijd tot tijd wordt
het bijgesteld, bijvoorbeeld als het ideaalbeeld bereikt dreigt te
worden. Dan zou er niets meer zijn om naar te streven, dus gaat de
lat een stukje hoger. Je moet immers een doel hebben?
In "sommige" gevallen gaat het mis en komt men in een crisis
terecht. Dat zijn de mensen die de "ratrace" niet meer bij
kunnen benen, om wat voor reden dan ook. Die crisis zou je kunnen
omschrijven als een onoverbrugbaar verschil tussen die situatie zoals
hij ís en de situatie zoals hij zou moeten zijn. Het ideaalbeeld
is dan zó hoog gesteld dat er nooit aan te voldoen valt. In
zo'n geval zouden we naar een psycholoog kunnen gaan. In therapie
worden de ideeën die we over onszelf hebben, bekeken. Zo kun
je leren dat bepaalde gevoelens er gewoon mogen zijn en dat ze niet
meteen het etiket "fout" opgeplakt hoeven te krijgen. Het
etiket "goed" is natuurlijk net zo goed een beoordeling,
maar dan staat er tenminste iets tegenover.
Neem een gevoel als woede. Als je geleerd hebt dat zoiets niet goed
is, dan heb je ook geleerd om dat te onderdrukken. In therapie leer
je juist vaak dat het helemaal niet goed is om te onderdrukken, maar
dat je je woede moet uiten. Sommige mensen slaan de andere kant op
en worden een soort gevoels-exhibitionist. Ze grijpen elke gelegenheid
aan om te laten zien hoe goed ze hun gevoelens kunnen uiten.
Het mechanisme om regels te stellen aan het nu is heel subtiel. Eerst
leer je je te gedragen zoals je ouders willen, later gedraag je je
zoals de therapeut het wil. Alexander Smit noemde dit het "verplaatsen
van het meubilair".
Behalve het veroordelen, beoordelen en analyseren van gevoel is er
nog een andere oplossing: kijken. Kijken, zoals je naar een boom,
of een vogel, of een grasveld kijkt. Er is niets fout of goed aan
bomen, vogels en grasvelden. Die zijn er gewoon. Ze hoeven niet weg,
en ze hoeven ook niet te blijven. Dit is geen onverschilligheid, maar
een totale interesse in het object zélf, in plaats van gedachten
óver het object. Het vraagt een bepaalde alertheid zonder kramp.
Dan wordt een gevoel in al zijn volheid en intensiteit ervaren, zonder
dat het geclassificeerd hoeft te worden. En dan denk je naderhand
niet: "Hé, dat heb ik goed gedaan!"
|