Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > artikelen

Gesprek met Jan Koehoorn

Bezoeker: Je kunt toch alleen maar fantaseren over zelfrealisatie? Ik bedoel: als zoeker zie je de zaak toch steeds geheel verkeerd?
Jan: Precies, daarom moest ik ook bij Alexander, mijn leraar, zijn om al die rare fantasieën erover te ontzenuwen.

Oké, maar daar verloor je waarschijnlijk je ideeën.
Ja, elk idee, over hoe het eruit zou horen te zien, hield daar op.

Maar dan komt ook het verlangen naar zelfrealisatie ter discussie te staan.
Dat komt pas op het allerlaatste moment, als dat werkelijk nog je enige verlangen is.

Wie weet of er sprake is van het allerlaatste moment?
Ik weet dat. Ik kon werkelijk voor duizend procent zeggen dat zelfrealisatie het enige was dat ik nog wilde. Niet omdat ik iets bereikt had of zo, maar omdat andere dingen mijn interesse niet meer hadden. Klinkt heel onverschillig, maar zo was het.

Zie je het verlangen niet als een belangrijke hinderpaal? Het is toch steeds het ikje dat van alles wil?
Het hangt er maar vanaf waarnaar je verlangt! Een ikje wil niks, maar je kunt wel veel aandacht hebben voor een ikje.

Dat wat altijd is, heeft toch geen verlangen?
Wat altijd is, Ik, heeft geen verlangen. Maar wat gebeurt er, als er een verlangen verschijnt? Dan héb ik geen verlangen. Dan ís er een verlangen. Dat is het verschil. En dan is een verlangen helemaal geen probleem. Het wordt pas een probleem, als ik denk dat ik een verlangen héb.

Als je steeds beseft dat er geen persoon is, is er geen probleem. Er is verwarring, maar niet iemand die verward is...
Dan wordt het gewoon een spelletje. Dan maakt het werkelijk niet meer uit, wat er opkomt: angst, verlangen, pijn, vreugde, passie… Laat maar komen! Het is allemaal Ik.

Maar dan is er geen doel meer!
Doelen zijn dan niet meer werkelijk. Klopt. Ze kunnen er nog wel zijn, in het spel wat ik leven noem, maar je ontleent je basis niet langer aan het bereiken van doelen. Ik bedoel: stel dat het zo zou werken dat het bereiken van een doel je eeuwig geluk gaat bezorgen. Waar komen dan al die problemen van tegenwoordig vandaan? Waarom zijn er dan zoveel mensen ongelukkig? Er worden elke dag doelen bereikt, ‘targets’ gehaald.

Ja, zo is het.
Dat had ik al heel snel door. Al voordat ik bij Alexander terechtkwam. En dan zegt Advaita: ’Kijk naar dat hele mechanisme van het willen bereiken van doelen.’ Dat vond ik een heel goeie aanwijzing. En wat Alexander óók zei: ‘Maak er geen doel van om geen doelen meer te bereiken’. Zie wat dat is, dat mechanisme. Je denkt, dat je iets ontbreekt. Je denkt ook dat je dat in de toekomst gaat krijgen, dus je stelt een doel.

Zo gaat dat.
Vroeg of laat wordt dat doel bereikt en inderdaad: dan ben je éven gelukkig. Vrij snel daarna zul je merken dat er weer een nieuw doel gesteld wordt en dan begint het van voren af aan. Heel saai.

Ja, in een cirkeltje rondlopen.
Nou, en dan is het “niet willen stellen van doelen” een heel subtiel doel. Waarom werkt dat niet? Omdat je dan het stellen van doelen als iets werkelijks ziet, dat uitgeroeid dient te worden. Heel subtiel, heel sneaky. De uitweg is: zien dat je niets ontbreekt. Komt er een doel op? Prima! Maakt voor mij niet uit. Zie ik dat er een neiging is om dat doel te bereiken? Uitstekend! Ik verander er niet door. Ik zie Jan Koehoorn studeren op die piano. Waarom zou ik dat onderdrukken? Het maakt niets uit. Het is een leuk spel om te zien. Alleen: daar ligt niet mijn basis. Het gaat me niet voor altijd blij maken. Het is een toegevoegd iets, meer niet. Laat maar gaan, ik kan me helemaal in die rol van pianist gooien zonder probleem. Waarom? Omdat het een ról is. Het is niet echt, dus doe ik het honderd procent, zonder me zorgen te maken. Kijk maar eens hoe kinderen dat doen. Die weten hoe ze moeten spelen! Volwassenen verleren het vaak.

“Zien dat er niets ontbreekt in het huidige moment”, zei je. Dan betekent dat ook: elke keer weer te zien dat je dat persoontje niet bent en de daarmee ontstane tekorten ook niet.
Ja, vóór je realisatie is dat nog een soort opdracht. Daarna wordt het de normaalste zaak van de wereld.

Is er verschil tussen mij en jou? Vele persoonlijke verschillen wel natuurlijk.
Kijk ik naar de buitenkant, dan zie ik verschillen. Kijk ik naar de binnenkant, dan zijn die persoonlijkheden twee series verschijnselen in Mij, met als grondstof Bewustzijn.

Maar ik bedoel op de ene plek iets van realisatie en hier niet.
Je kunt realisatie koppelen aan Jan Koehoorn, maar dat klopt niet. Die fout heb ik ook gemaakt. Ik dacht dat Alexander verlicht was en ik niet. Dan koppel je realisatie aan een persoon. En een gerealiseerde persoon is onmogelijk. Kijk, als je denkt: ‘Wanneer raak ik nu gerealiseerd?’, dan plaats je het in de tijd, terwijl tijd iets is wat in Mij verschijnt.

En ontgaat het nu je...
En zo is het ook met ruimte. Zelfs het nu is tijd. “Nu” is een bepaling in de tijd, zoals “hier” een bepaling van plaats is. Maar hier en nu is in ieder geval levend! Is in ieder geval eerstehandskennis. Bij realisatie spelen tijd en ruimte geen rol. Wanneer of waar doet er dus niet toe. Je ontdekt dat je iets bent wat aan ruimte en tijd voorafgaat. Realisatie is niet in ruimte en tijd. Het is nergens niet, zoals mijn leraar altijd zei. Ik voeg daar meestal aan toe: het is nooit niet. En dat maakt het ook zo leuk, die ontdekking, want als je ontdekt dat het niet in ruimte en tijd is, dan verdwijnt ook de zorg: “wanneer” raak ik gerealiseerd? Waar en wanneer spelen dan geen rol meer. Als tijd en ruimte afgeleiden zijn van mijn ware natuur - dus voor hun bestaan van Mij afhankelijk zijn - dan kan ik mijn onderzoek wat dat betreft afsluiten. Dat scheelt enorm, als je tenminste rechtstreeks naar de bron kunt gaan. Dus herkennen wat je wél bent. Je kunt ook onderzoeken wat je allemaal niét bent. Maar dat vind ik veel omslachtiger.

Herkennen wat je wél bent, dus zonder tijd, ruimte... het denken te gebruiken?
Gewoon rechtstreeks naar de bron gaan. Dat betekent dat je aan alles wat verschijnt verder geen aandacht schenkt. Zien dat het opkomt, meer niet. En weten: dat verschijnt in Mij. Ik ben die bron. Zonder Mij was dit allemaal onmogelijk.

Je blijft daar, waar alles ontspringt of uit voortkomt.
Precies. Totdat je ziet dat het altijd al zo was.

Dat is de leugenachtigheid van het denken doorzien.
Ja, het denken zien voor wat het is. Het wordt pas leugenachtig, als je denkt dat het werkelijk is. Maar het kan ook heel goed een prima dienaar zijn.

Ah, en dit is de weg terug.
Denken is niet de vijand en dat is de weg terug. Gewoon, natuurlijk, moeiteloos. Het is niet: het aannemen van een bepaalde houding. Het is: kijken hoe het zit. Desnoods duizend keer opnieuw, tot je ziet hoe het in elkaar steekt.