|
home > teksten > artikelen
Een Advaita interview
(De interviewster is niet bekend met de Advaita Vedanta traditie.
Het gesprek gaat over Inzicht)
Is Advaita een stroming?
Nee.
Wat is het dan precies?
In het Sanskriet betekent “dvaita” dualiteit, tegenstellingen.
Wij kunnen dingen waarnemen omdat er tegenstellingen zijn. Als ik
niet warm – koud zou kunnen voelen, dan voelde ik niets. Of
hard – zacht (horen), licht – donker (zien). Dat noem
je dualiteit.
Yin en yang.
Bijvoorbeeld ja. En die “A” in Advaita staat voor “non”,
non-dualiteit.
Jaja, dus eigenlijk eenheid.
Zo had men het ook kunnen noemen, maar dat is niet gebeurd, omdat
dat toch weer een etiket is. Door de manier van formuleren wordt al
aangegeven, dat het niet iets is wat je aan kunt wijzen. Want alles
wat je aan kunt wijzen, bevindt zich weer in wat je waar kunt nemen,
in de tegenstellingen, of de dualiteit. Dat yin-yang symbool heeft
er veel mee te maken, want dat zijn twee tegengestelde bewegingen,
die allebei al een kiem van het tegendeel in zich hebben. In het zwarte
zit een puntje wit, en in het witte zit een puntje zwart. Maar doe
je een stapje verder terug, dan zie je dat het onderdeel is van één
cirkel. Daarmee wordt aangegeven, dat die dualiteit in één
geheel verschijnt.
Ze kunnen niet zonder elkaar.
Precies. Als er warm is, is er ook koud. Als er leuk is, is er ook
niet-leuk.
Waar komt het vandaan? Is er één iemand? Is het een wetenschap?
Nee, ook niet echt. Het is een systeem, dat in India lang geleden
is ontstaan.
Hoe ben je ermee in aanraking gekomen?
Op mijn vijfentwintigste ongeveer. Toen zat ik in een enorme crisis.
Ik zag de hele dag zwarte vlekken voor mijn ogen en was ontzettend
bang. Ik durfde helemaal niks meer. Elke nacht werd ik zwetend wakker
van de nachtmerries. Ik heb een ontzettend zware tijd gehad. Toen
ging ik eerst eens kijken bij de huisarts, wat het nu eigenlijk precies
was.
Je had dus echt letterlijk ‘fysieke’ symptomen? Angstaanvallen
eigenlijk?
Ja, enorm. Paniekaanvallen. Ik kon midden op de dag in een winkelstraat
lopen en denken: “Dit gaat fout, ik moet hier weg!” In
de rij voor de kassa staan en denken: “Oh mijn god, ik word
niet lekker. Wegwezen hier!” Of ’s nachts wakker worden
en denken: “Ik ga dood.” Maar het was gewoon hyperventilatie.
Toen ben ik naar de huisarts gegaan en die zei dat het inderdaad hyperventilatie
was. Hij raadde me een papieren zakje aan en dat werkte ook wel. Alleen…
ik vond het zo’n lapmiddel. Ik vond het wel prettig dat ik zo’n
aanval ermee kon stoppen. Ik wilde meer weten. Ik ging boeken lezen
over ademhaling. Dan kom je erachter, als je oefeningen gaat doen,
dat je verleerd bent om goed adem te halen. Ik haalde bijvoorbeeld
verkeerd om adem. Bij een inademing trok ik mijn buik in en zette
mijn borstkas uit, en andersom. Dat moest ik helemaal opnieuw leren.
Toen wilde ik nog een stap verder, want ik wist dat er meer aan de
hand was. Die hyperventilatie kon niet zomaar uit de lucht zijn komen
vallen. Toen kwam ik bij yoga terecht en ben ik oefeningen gaan doen.
En nog weer later stuitte ik op een boek over Advaita.
Is het eigenlijk wel bekend? Ikzelf heb er nog nooit van gehoord. En
veel mensen niet, hoor!
Klopt. Maar in India is het veel bekender.
Dus je bent in feite een soort brenger van het geloof hier?
Nee, zo werkt het niet. Dat vond ik ook heel leuk, toen ik het eerste
boek erover las: als er één stroming is die niet predikt
of probeert mensen te overtuigen, dan is het wel Advaita. Het is in
de traditie zo, dat je uit eigen beweging, uit eigen interesse en
initiatief aan een leraar om onderricht vraagt. Hij komt niet naar
je toe, van:’Je moet eens bij me langskomen.’ Als je in
de problemen zit, en je wilt het uitzoeken en tot aan de wortel gaan,
dan kún je bij Advaita terecht. Als je dat wilt. En als een
leraar je accepteert als leerling. Hij kan je ook weigeren. Als je
bijvoorbeeld suïcidaal bent of zo, dan zou ik niet zo snel met
Advaita beginnen.
Je moet er een soort rust voor hebben, in jezelf al?
Ja. Vaak wordt aangeraden om ermee te beginnen, als je je lekker voelt.
De truc is natuurlijk dat je dan vaak helemaal geen impulsen hebt
om te gaan onderzoeken.
Nee, daar ben je dan niet zo snel toe geneigd.
Nee, dan zit je gewoon lekker in je vel.
Maar jij bent eraan begonnen toen je in paniektoestanden zat. Na je
ademhalingsproblemen.
Ja. Maar ik heb vijf jaar lang boeken gelezen, voor ik naar mijn leraar
stapte. Toen was het ook al een stuk minder met die aanvallen.
En waar vond je die leraar dan? Ik bedoel: ik persoonlijk heb er nog
nooit van gehoord.
Het eerste boekje dat ik te pakken kreeg, was van Wolter Keers. Toen
wist ik nog helemaal niet wat Advaita was. In het hele boekje komt
het woord Advaita niet één keer voor, geloof ik. Maar
toen ik het las dacht ik toch: “Hier zit wat in.” Er werd
iets geraakt. Ik kwam ook andere boeken tegen waarbij ik precies hetzelfde
had en waarvan ik helemaal niet wist dat er een link was, maar die
was er wel. Ik kreeg een boek in handen van een Indiase goeroe, Shri
Nisargadatta Maharaj. Dat bleek later de leraar te zijn geweest van
mijn uiteindelijke leraar, Alexander Smit. Nog weer later kreeg ik
een boek van hém te pakken. Ik belde een telefoonnummer dat,
geloof ik, achterin het boek stond en kreeg hem meteen zelf aan de
lijn. Hij zei: “Kom maar langs.”
En toen?
Wat er dan gebeurt, is dat je eerst denkt van: “Nu kom ik bij
een of andere wazige figuur.”
Dat was je eerste contact?
Ja, met iemand die daar iets over kon zeggen. Bij Advaita gaat het
om bevrijding hè, zelfrealisatie, verlichting. En ik had er
geen idee van hoe zo iemand eruit zou zien of zich zou gedragen. Eén
ding wist ik zeker: ik wilde geen gezweef. Normaal, nuchter, met beide
benen op de grond. Niet dat ik iets tegen gezweef heb, maar ik vond
het niks voor mij. Ik ging bellen en toen zei hij: “Nou, je
mag langskomen, als je maar niet op zoek bent naar UFO’s of
kabouters.” Dus dat was meteen goed. Op een satsang gaat het
zo: diegene die daar onderricht geeft, heeft geen vragen. Als jij
denkt dat je vragen hebt, dan stel je ze. Je zou kunnen vragen of
het mogelijk is om zonder angst te leven, om verlicht te zijn, wat
verlichting precies is, enzovoort.
Behoorlijk wat. Behoorlijk Jomanda-gehalte.
De eerste keer dacht ik dat ik in een soort sekte terecht zou komen,
hahaha.
Maar je hebt het nu over ‘dat je op een satsang kwam’.
Wat is een satsang? Dat is een bijeenkomst van…
Satsang wordt traditioneel gegeven door iemand die dat onderzoek naar
wat hij of zij is, heeft afgerond. Want dat is waar het in Advaita
om gaat: wat ben ik, wie ben ik werkelijk? Ben ik die zak vlees, of
ben ik een ‘ziel’, of ben ik een ‘geest’,
of ben ik van ‘licht’? Wat ben ik nou eigenlijk precies?
Dat kun je onderzoeken. Ik ontdekte dat mijn problemen te maken hadden
met de beelden en ideeën die ik van mezelf had. Die moesten perfect
zijn, daar mochten geen fouten in zitten.
Heel Westers, in feite.
Precies. Vandaar ook dat veel Westerse mensen met Oosterse filosofie
in aanraking komen. Want dat gaat over: die beelden van jezelf, die
zijn er. Klopt dat? Is dat zo? Ben je dat? En dat ga je onderzoeken.
Dat kun je heel wetenschappelijk doen. Door voor jezelf te kijken:
hoe zit het nou eigenlijk? En dan ben ik niet bezig met: ik heb een
kwaal en die wil ik genezen. Want dan kom ik bij Jomanda terecht,
misschien. Of misschien bij de dokter. Dan ben ik bezig met: zijn
al die problemen die ik in mijn leven ervaar echt wel nodig? Omdat
ik iets anders ben dan ik denk dat ik ben? Laten we even aannemen
dat ik dít ben (wijst op zijn lichaam). Ik heb net een broodje
op zitten eten. Dat broodje verdwijnt in mijn lijf. Dat is al een
heel simpel voorbeeld. Dít lijf verandert steeds. Zeven jaar
geleden was het heel anders. Maar ondertussen kan ik wel die hele
geschiedenis navertellen. Ik ben er wel de hele tijd bij geweest om
dat allemaal te zien veranderen. Denkbeelden die ik over mezelf heb,
zijn eigenlijk alleen maar herinneringen aan gebeurtenissen die ik
gezien heb. Van mijn nulde tot mijn dertigste heb ik allerlei dingen
meegemaakt, ervaringen gehad en zo. Nou, herinneringen daarvan, daaruit
stel ik een heel idee samen van Jan, met bepaalde eigenschappen: leuke
jongen, soms niet zo leuk. Maar dat zijn allemaal ervaringen die in
de loop van de jaren steeds veranderd zijn, die steeds bijgesteld
moeten worden. Bovendien is dat beeld ook heel vaak afwezig. Ondertussen
zit ik wel waar te nemen. Als ik naar een heel goeie film kijk, wordt
er helemaal niet gedacht. Als ik geweldig piano zit te spelen, zijn
al die ideeën afwezig. Maar wat is er ondertussen wél?
Dat zijn van die vragen, die je jezelf kunt stellen. Want míjn
problemen hadden te maken met het verdedigen van die beelden over
Jan. Ik probeerde voor de hele wereld die Jan zó te maken dat
iedereen van hem hield.
Dat is óók heel Westers.
Ja, maar daarvoor werkte ik me uit de naad. Elke dag. Je kunt dan
van alles gaan doen. Bijvoorbeeld: blijkbaar heb ik in mijn jeugd
niet genoeg te horen gekregen dat het allemaal oké is. Dan
zou je in therapie kunnen gaan. Maar dat vond ik ook weer een beetje…
dan ga je toch weer werken aan dat beeld.
Ja, dan hou je het in stand.
Bij Advaita krijg je meteen iets anders aangereikt, namelijk: bén
je dat beeld eigenlijk wel? Als je het wilt veranderen, best, maar
bén je het ook? Of ben je datgene wat naar dat beeld zit te
kijken?
Nou, je hebt dat zelf in de hand, natuurlijk.
Dat in de hand hebben van dingen, daar kun je veel vraagtekens bij
zetten.
Ik denk wel dat je in je omgeving heel veel dingen, ook problemen,
zelf creëert.
Ja, op een bepaald niveau lijkt het van wel, maar in werkelijkheid
niet. Ik ‘groei geen haar’. Ik ‘boom’ ook
niet. Ik kan niet besluiten de volgende twintig seconden in leven
te blijven.
Dan ga je verder dan mijn gedachten, inderdaad.
En ik kan een heleboel van die dingen opnoemen. Laten we niet meteen
zeggen dat je niets kunt bepalen, maar in ieder geval kan ik een ontzettende
hoop dingen opnoemen waarvan ik zeker weet dat ik ze niet kan regelen.
Als ik ’s avonds ga slapen en ik doe mijn ogen dicht, dan verdwijnt
de hele wereld. En dan heb ik nul procent zekerheid dat die wereld
de volgende morgen weer zal verschijnen. We gaan ervan uit. We vertrouwen
erop. Anders zou je ook niet meer kunnen gaan slapen natuurlijk. In
feite weten we het niet. Het enige wat ik weet, is dat die wereld
op een gegeven moment ophoudt. Dan is er een tijdje niets, zijn er
geen waarnemingen en dan begint de wereld weer.
Niks, als je slaapt? Dat heb ik niet.
Jij neemt de hele tijd waar dat je slaapt?
Nou, ik droom heel veel. Er zijn heel veel dingen die in mijn onderbewustzijn
gebeuren. Ik weet dat er ander bewustzijn is, gewoon.
Vanaf het moment dat je je ogen dichtdoet tot op het moment dat je
wakker wordt, is het één droom? Zonder onderbrekingen?
Nee, waarschijnlijk niet. Men zegt, dat…
Dat is nou zo leuk in Advaita: ‘men zegt…’, daar
heb je niks aan. Je moet kijken naar je eígen ervaring.
In mijn ervaring voelt het alsof ik de hele nacht achter elkaar gedroomd
heb. Dat ik urenlang verhalen kan vertellen over waar het allemaal
heengaat. Dus dat is míjn beleving natuurlijk. Die weet ik
zeker.
Ja, dat is het enige waarvan jíj kunt zeggen dat het klopt.
Maar het is niet míjn beleving. Mijn beleving is: geen droom.
Ik ga liggen, het is één zwart gat, droomloze slaap,
en ‘s morgens begint de wereld weer. En ik hoef nog niet eens
zo’n groot voorbeeld te nemen. Tussen twee gedachtes in is er
ook niks. Het is niet één continue stroom die doorgaat,
onophoudelijk, onafgebroken. Het zijn flitsen. Net als wolken in de
hemel. Ik kan er tussen-, onderdoor en doorheen kijken.
Zo ervaar jij dat?
Dat is mijn ervaring. De tijd gaat bij mij bijvoorbeeld soms heel
snel en soms heel langzaam. Als ik heel intensief met iets bezig ben
en er is geen ruimte voor denken, dan gaat de tijd ontzettend snel.
En als ik ontzettend aan het nadenken ben, dan gaat de tijd erg langzaam.
Ik zie duidelijk gaten tussen gedachtes, momenten dat het denken er
niet is.
Maar nogmaals, dat is je eigen ervaring. Ik denk dat veel mensen het
toch anders zien.
Ja. Maar dat hoeven ze ook helemaal niet te zien zoals ik. Wat voor
mij belangrijk is, is hoe het híer is.
Maar mensen komen dus bij jou op zo’n satsang vragen stellen
en dan kan jij antwoorden, vanuit dingen die jij geleerd hebt. Maar
dat is natuurlijk ook weer heel persoonlijk, wat jij geleerd hebt
en wat een andere leraar geleerd heeft.
Wat er op zo’n satsang gebeurt, is dat ik door middel van vragen
de mensen een spiegel voorhoud. Zo van: wat je zegt kan je eigen ervaring
zijn, maar weet je dat wel honderd procent zeker? Heb je dat wel helemaal
onderzocht?
Zoals je mij net een spiegel voorhield.
Ja. En zo ging het bij Alexander ook. Ik zei dan bijvoorbeeld:’Ik
weet zeker dat ik Jan Koehoorn ben!’ En dan vroeg hij:’Is
Jan Koehoorn er altijd? En wat ben je als hij afwezig is?’ Hij
ging gewoon vragen stellen. En binnen de kortste keren zat ik hopeloos
in de knoop. En als je serieus met dat onderzoek in de weer wilt zijn
- en dat wílde ik - dan kun je je daar niet vanaf maken met:
ja oké, dat zal dan allemaal wel. Ik wilde dat onderzoeken.
Dus dan ga je kijken, hoe dat nou kan dat zo’n beeld van jezelf
steeds verandert. Terwijl je heel sterk het gevoel hebt dat er iets
is wat níet verandert. Dat je er eigenlijk altijd bent, als
waarnemer van die veranderingen.
En ben je daar uiteindelijk uitgekomen?
Ja. Ik heb een maand of drie, vier bij Alexander gezeten en toen was
het glashelder.
Hoe ging dat?
Één keer in de week op bezoek.
Jaja, je ging dáár op bezoek en dan ging je vragen stellen.
Ja, of hij aan mij.
Twee aan twee en dan…
Neenee, er zat vijftig man of zo.
Oh, en dan ging je vragen stellen en dan kwam je steeds verder?
Nou ja, verder komen…
Ja, daar kun je geen oordeel over geven.
Het mag wel hoor! In Advaita moet helemaal niks. Maar ik ontdekte
dat ‘verder willen komen’ één van de hoofdredenen
van mijn problemen was. Wat er gebeurde was, dat ik ‘afgebroken’
werd. Alle ideeën over wat ik was, verdwenen.
Je bent gestopt, eigenlijk.
Ja, ik stopte met projecteren, zou je kunnen zeggen.
En heb je daar nú nog heel veel aan? Indertijd heeft het jou
geholpen en dat is nu jouw leefwijze?
Het is onomkeerbaar. Je kunt het niet terugdraaien.
Die denkwijze bedoel je?
Nee. Want vroeger maakte ik allemaal beelden over mezelf. En die beelden
die deugden eigenlijk nooit.
Dus je was nooit goed genoeg voor jezelf?
Het was nooit goed genoeg. En ineens ontdek je dan dat je niet die
beelden bent, maar dat je datgene bent, waar die beelden in verschijnen
en ook weer in verdwijnen. Maar datgene waar die beelden in verschijnen
en verdwijnen, is zelf géén beeld. De oceaan is zelf
geen golf, de hemel is zelf geen wolk, het filmdoek is zelf geen licht.
Je hebt een doek en daar verschijnt ineens een film op. Zo is het
in mijn leven ook. Er is die nietsheid, van voor de geboorte bijvoorbeeld,
en dan komt er een film die je ‘leven’ noemt. En dan ontdek
je dat je niet die beelden bent die er verschijnen, maar datgene waarín
ze verschijnen.
|