Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > chats

Je ergens mee bezig houden

Bezoeker: om te ontdekken wie je bent, moet je dan niet van te voren al weten wie je bent, of naar wat je opzoek bent?
Jan: ja, dat is letterlijk waar.

B: is er dan een definitie van te geven?
J: tuurlijk, honderden.

B: geef er dan eens een?
J: "je kunt alleen zoeken, als je weet wat je kwijt bent"

B: ik blijf zoeken en ik vind niks.
J: nog niet, misschien. Aan de andere kant, misschien is dat de ontdekking wel: dat er niets te vinden is. Ik hoorde vorige week een heel mooi citaat uit een boek van Jan Kersschot. Het gaat zo:
"Als je op zoek bent naar de sleutel tot vrijheid, dan is er slecht nieuws, en goed nieuws. Het slechte nieuws is: er is geen sleutel. Het goede nieuws is: de deur staat altijd open".
Dat vind ik een prachtige manier om uit te drukken dat je ontdekking misschien heel anders uitpakt dan je verwacht had. Je richt je helemaal op een sleutel en je ontdekt dat hij niet nodig is.

B: het klinkt goed. Ik weet het niet meer… Laat ik het zo zeggen: er is niks te zoeken, er is geen sleutel en de deur staat altijd open. Dus hij is niet dicht, nooit. Dus niks te doen hier.

J: eng he?
B: eng niet, maar misschien een verwachting of zo, dat er iets moet gebeuren.

J: oh maar DAT klopt ook wel. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Maar JIJ hoeft niets te doen.

B: nee IK kan niets doen. Er gebeuren dingen en daar zit geen ik in.
J: kijk eens aan! Het ene inzicht na het andere rolt over het scherm.

B: ja.
J: schitterend!

B: leuk he?
J: zie je wel dat je het al weet?

B: weten ja, maar Weten?
J: tuurlijk! Voor alle zekerheid stel ik je even een paar vragen

B: ok
J: om te kijken of je het echt goed begrepen hebt. Vraag 1: wil je nog iets?

B: ja een dvd brander
J: aj… Vraag 2: zijn er nog twijfels over wie of wat je bent?

B: ja
J: hoe kan dat nou? Je zei net: "dingen gebeuren, er zit geen ik in". Of had je dat alleen maar onthouden?

B: het klinkt raar, maar af en toe weet ik dat heel duidelijk
J: wacht even

B: en dan weer niet
J: ik spreek vrij veel mensen hierover

B: ja
J: dus ik stel je een tijdbesparende maatregel voor

B: ok
J: als je iets beweert, en het is geen vraag, dan ga ik er van uit dat je dat werkelijk door hebt.

B: ok
J: want anders weet ik niet of je gewoon citeert, of dat je het door hebt, snap je?

B: ja
J: okee

B: je hebt gelijk
J: ik praat namelijk zelf ook op die manier. Als ik zeg: "Ik ben alles", dan weet ik dat het zo is. Dan is het geen balletje wat ik opgooi.

B: ja
J: goed. Waar het in jouw geval om gaat zijn die momenten waarop je denkt dat je het ziet, terwijl het later weer onduidelijk is.

B: ja
J: dat is natuurlijk interessant. Probeer voor mij eens zo'n moment te beschrijven, waarop je het ziet?

B: het is zo: als ik ermee bezig ga, om het maar zo uit te drukken, dan zie ik dat ik alles waarneem, maar niet dat alles 1 is. En als ik er niet mee bezig ben en achteraf bekijk, zo goed mogelijk, hoe het ging, dan lijkt het wel alsof alles 1 is. Nog anders: als ik er mee bezig ben, dan lijkt het meer op zon 1st persoon schietspelletje. Ken je dat?

J: mag ik de verkorte versie van dit verhaal? Als je ermee bezig gaat, dan zie je dat je alles waarneemt, maar niet dat alles 1 is. Als je er niet mee bezig bent, dan is het anders?
Maar luister: vertel mij eens het verschil tussen ergens mee bezig zijn en ergens niet mee bezig zijn?

B: als ik ermee bezig ben dan is de 1st persoon shooter er. Dat betekent dat ik dan het idee heb dat het vanuit wat er achter die armen en zo zit komt.

J: jaja okee, even time out.

B: ja
J: houdt hout zich met bomen bezig? Is het voor hout mogelijk zich NIET met bomen bezig te houden?

B: dat is mij te moeilijk
J: okee. Je introduceert twee mogelijkheden: je ergens mee bezig houden, of je ergens niet mee bezig houden.

B: ja
J: waar het mij om gaat, is dat er in werkelijkheid niets gescheiden is. Als ik me ergens mee bezig houdt, dan is er een scheiding tussen mij en datgene. En als ik me ergens niet mee bezig houdt, dan is die afgescheidenheid er ook. Ik houd me wel of niet met iets anders bezig. Maar alles wat er verschijnt, daar ben ik de getuige van. Ik ben dus de voorwaarde voor alles. Hoe kan ik dan gescheiden zijn van datgene wat er verschijnt?

B: dat voorwaarde zijn voor wat er verschijnt. Hoe weet je dat?
J: dat weet ik heel zeker, omdat er nog nooit iets verschenen is, zonder dat ik daar getuige van was. Eerst moet ik er zijn, om het waar te nemen.

B: ja
J: zoals een zee de voorwaarde is voor golven, zoals hout de voorwaarde is voor een boom. Maar houdt de zee zich bezig met de golven? Of sluit hij (zij) zich daarvoor af? Het klopt allebei niet. De zee IS ook de golven. Je kunt dus niet zeggen dat je je ergens wel of niet mee bezighoudt.

B: dus de eerste vraag had ik goed.
J: die van die dvd brander! Ja, die was goed!

B: ja
J: nou, dan is de rest een makkie

B: het branden?
J: hahaha, ja

B: ik laat het er even bij
J: ik ook