|
home > teksten
> chats
Je kunt niet in het Nu zitten. Het Nu zit in Jou.
BEZOEKER: ik heb qua Advaita het gevoel dat
ik vastloop.
JAN: in welk opzicht?
B: nou, theoretisch ken ik het verhaal wel.
J: en gevoelsmatig?
B: maar ervaren is een ander ding.
J: het probleem met veel zoekers, is dat ze niet
diep genoeg gaan. Er een beetje over nadenken, dat willen ze nog wel,
maar werkelijk gaan leven als een nobody, dat is nog wel even andere
koek.
B: dat zou ik wel willen, maar ik zou niet
weten hoe ik dat zou moeten aanpakken.
J: elke 'hoe' levert een persoon op. Zie je dat?
B: ja.
J: 'hoe' betekent altijd, op een bepaalde manier.
Er wordt dus iets toegepast en dan is er een doel. En als er een doel
is, is er ook onmiddellijk een iemand, namelijk degene die de beloning
gaat incasseren als het doel eenmaal vervuld is.
B: en dan komt er een nieuw doel.
J: weet je waarom? Omdat degene die de beloning
gaat incasseren, illusie is en dus alleen schijnbaar in stand gehouden
kan worden door weer een nieuw doel te projecteren. Je houdt het vuur
brandend door er steeds weer houtblokken op te gooien. Zo werkt het
projecteren van doelen en wat er nu bij jou gebeurt, is het volgende:
iets in je zegt: 'Ik heb het helemaal begrepen! Waar is nu mijn beloning?'
B: zeker dat ik dat zie. Je hebt gelijk.
J: maar het gekke ervan is: je beweert dat je het
begrepen hebt maar het zoeken naar meer, beter, enzovoort, gaat gewoon
door! Neem van mij aan, of liever: ontdek voor jezelf, als je het
begrepen hebt, is elk zoeken spoorloos. Totaal verdwenen.
B: wat ik op het moment onderzoek, of veel
tegen kom, is weerstand.
J: weerstand tegen wat?
B: tegen een bepaalde situatie, persoon. Irritatie.
J: dan moet je de volgende keer eens goed opletten,
of die weerstand in het waarnemen ZELF zit, of dat het object is van
het kennen.
B: wat ik zie, is een object (bv geluid) en
gedachtes/gevoelens over dat object.
J: ja, dus wat je ontdekt hier is dat die weerstand
NET ZO GOED object is. Dat die dus niet in het waarnemen zit.
B: ja.
J: en nu beweer ik dus, dat je het ene object lager
of hoger inschat dan het andere. Maar als er weerstand is, dan is
er weerstand. Daar helpt geen moedertjelief aan. Misschien sla je
diegene wel op zijn/haar smoel zonder weerstand, wie zal het zeggen.
Advaita is niet voor softies. We zitten niet de hele tijd glimlachend
op de bank. Soms worden we gewoon pissig, alleen: we identificeren
ons er niet mee. Sterker nog…
B: er zijn geen gedachtes over ?
J: ik voel me nooit schuldig. Nooit ergens spijt
van. Pissig is gewoon pissig en dan heeft de eerste de beste die mij
voor de voeten loopt, gewoon pech gehad.
B: maar daarbinnen moeten toch grenzen zijn?
J: die grenzen zijn er wel, maar niet omdat het
MOET. Ik merk als vanzelf dat er op een gegeven moment een rem op
gezet wordt. Ik bedoel, het blijft bij een grauw of een snauw.
B: wat bepaalt die grenzen, denk je ?
J: die vloeien voort uit de situatie zelf en zijn
dus niet van tevoren vastgelegd. Laat ik een voorbeeld geven.
B: oké.
J: ik heb nog nooit iemand om het leven gebracht.
Komt dit nu door één van de tien geboden? Nee. Ik gehoorzaam niet
aan de tien geboden, het is gewoon nog nooit voorgekomen dat ik iemand
heb moeten doden. Maar stel dat het oorlog wordt hier en ik moet mijn
vrouw en kinderen verdedigen. Dan zou het heel goed kunnen dat ik
de trekker overhaal. Je weet maar nooit. Het uitsluiten van geweld
is op zichzelf geweld. Ik sluit dus niets uit, alles is mogelijk.
Kun je me volgen?
B: zeker.
J: geweldloosheid kan nooit een plan zijn of een
strategie. Het lijkt mooi, maar het werkt het tegendeel in de hand.
Martin Luther King is vermoord. Ghandi is ook gewelddadig aan zijn
eind gekomen. Beiden predikten geweldloosheid. John Lennon: ook vermoord.
En zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden.
B: maar die doener is dus onzin. Ik kom daar
niet uit.
J: je hoeft er ook helemaal niet uit te KOMEN, je
BENT er al uit! Realisatie is: zien dat je nergens hoeft te KOMEN.
B: je bent al in het NU zeg maar.
J: nee! Het NU is in JOU!
B: is dat zo'n verschil dan? Dat zie ik even
niet.
J: 'nu' is een bepaling van tijd, 'hier' is een
bepaling van ruimte, dus van plaats. Tijd en ruimte spelen zich in
MIJ af. IK bevind me dus niet in het NU, het NU en het HIER bevinden
zich in MIJ. Tijd en ruimte zijn van MIJ afhankelijk!
B: die worden ook weer gekend, zeg maar .
J: zeker weten! Alles waarover we kunnen praten,
wordt gekend. Vandaar dat in de Hindoe-traditie wordt gesproken over
'neti neti'. Heb je daar wel eens van gehoord?
B: nee.
J: het is een Sanskriet-uitdrukking en vrij vertaald
betekent het: "Je bent noch dit, noch dat, noch allebei, nog
geen van beiden." Het wordt de viervoudige ontkenning genoemd.
B: wat ik me toch blijf af vragen: wat is de
kern van verlichting? Ik bedoel, waardoor ontstaat die ontspanning?
J: door totaal inzicht in je ware natuur. En dat
is niet met denken te pakken.
B: dus een soort disidentificatie met het denken
lijkt me. Ik richt me vaak op IK-BEN.
J: ja, dat is uitstekend.
B: maar of dat naar het uiteindelijke lijdt…
geen idee. Het word alleen op denkniveau lekker rustig. En ik kan
er vaker naar terug keren.
J: prima, ga zo door!
B: ik vind het te lekker om ermee te stoppen.
Het is een soort anker geworden. Omdat ik toch zo veel al in het denken
zit.
J: goed nieuws: je kunt niet 'ergens' zitten. Je
kunt ontdekken dat je niet door plaats bepaald bent.
B: nee oké. Ik neem het waar.
J: maar niet alleen met het denken, maar in je totale
wezen! Als je dat ontdekt hebt, ga je niet meer mediteren. Dat houdt
onherroepelijk op, waarom zou je? Met welk doel?
B: om rust te creëren in het denken.
J: dat kan niet, uitgesloten. In het denken is het
nooit rustig. Rust betekent juist: de afwezigheid van het denken.
B: dat lijkt me juist zo lekker.
J: nou dan ervaar je dus rust aan het einde van
ELKE gedachte! 50.000 keer per dag!
B: die ruimte wordt wel groter als ik me er
op richt.
J: nou, dan zou ik zeggen richt je alléén nog maar
daarop! Totdat die grootte in het oneindige oplost.
|