|
home > teksten
> chats
Loslaten
BEZOEKER: Weet je wat ik niet los wil laten?
JAN: Nou?
B: Mijn mentale/geestelijke gezondheid. Ik
werd heel bang daarvoor, dat te verliezen.
J: Dat is een voorbeeld van een probleem in zichzelf.
Het krampachtig vasthouden van mentale gezondheid is op zichzelf mentaal
ongezond.
B: Ja daar zit iets in.
J: Hoe kan dat? Omdat de oplossing gezocht wordt
op een niveau waar geen oplossing mogelijk is.
B: Op dat niveau ben jij kennelijk helemaal
los en vrij. Ik zie die losheid niet. Er zit een zwaarte in. Wie kan
er nu accepteren dat je het volgende moment opeens je volledige verstand
kwijt zou kunnen zijn?
J: Dat zware is dus het willen vasthouden.
B: Inderdaad.
J: Het is hier niet zo dat ik rekening houdt met
allerlei rampen, die de volgende seconde kunnen gebeuren en dat ik
dat vervolgens loslaat. Dat noem ik niet verlicht snap je? Want wat
is hier de werkelijke situatie?
B: Ja, ik geloof het wel, ik zit met die opkomende
angsten, en zoek daar een remedie voor.
J: Dat ik ELKE volgende seconde ALLE verschijnselen
kwijtraak!!!!!
B: Het is mij weer eens duidelijk geworden
hoe waanzinnig totaal dat eigenlijk is.
J: Dus me zorgen maken over iets kwijtraken, is
hier belachelijk geworden.
B: Het is best leuk om een klein identiteitsgevoeltje
te doorzien.
J: Je raakt van moment tot moment ALLES kwijt!!!
Dat leuke gevoel is zo ook weer weg. Snap je wat ik zeggen wil? Schitterende
inzichten, waar blijven ze?
B: Technisch snap ik je. Dringt het echt door?
Ik durf dat zeker niet te beweren.
J: Daarom zeg ik vaak dat realisatie niet iets is,
wat bereikt kan worden. Het hele idee van 'bereiken' gaat op de helling,
wordt geannihileerd.
B: Wat je zegt betekent: Je bent totale vrijheid.
J: Ja, bij voorbaat. Zoals ik even geleden beweerde:
je bent bij voorbaat vrij.
B: Het gekke is dat ik wel een soort voeling
heb met wat je zegt.
J: Ik kan je dus niet vrij MAKEN, want je BENT het
al! Hooguit kan ik je door mijn woorden laten herkennen wat reeds
is en misschien kan ik wat misverstanden ophelderen. Maar uiteindelijk
zie je in dat alle, werkelijk alle moeite vergeefs is geweest.
B: Iets anders als het mag: Kan realisatie
en de wens te sterven samengaan?
J: Nee, realisatie betekent het totale samengaan,
maar wensen en verlangens verliezen hun kracht.
B: Ik voelde laatst: Als dit te erg wordt hoeft
het voor mij niet meer.
J: Ja, maar dat zie ik meer als spielerei. Beetje
the dark side opzoeken. Kijken wat het doet, experimenteren.
B: Misschien is dat wel zo, maar niet helemaal.
Dat verlangen is altijd deels ook echt. Staat dat realisatie in de
weg?
J: Elk verlangen is doortrokken van realiteit, maar
ik vind het niet intelligent om naar oplossingen op het niveau van
de wereld te verlangen, aangezien je in het leven al tien miljoen
keer gezien hebt, dat dat niet werkt. Op een bepaald moment richt
dat verlangen zich op realisatie.
B: Dat verlangen en het effect ervan, daar
is dan toch ook geen doener in actief?
J: Er is nooit een doener actief! Maar als dat verlangen
zich op realisatie richt, werkelijk alleen daarop, dan werkt dat als
een trein.
B: Hier verlies ik je.
J: Maar dan heb je al gezien dat het niet in de
sfeer van 'bereiken' ligt.
B: Als er geen doener actief is, kan die ook
zijn verlangen niet richten.
J: Nee dat klopt. Daarom zeg ik ook: 'als dat verlangen
zich richt' en niet: 'als je je verlangen richt'.
B: Ja, dat schreef je inderdaad, maar dat is
dus geen handvat.
J: Wat je bent heeft geen handvat nodig.
B: Nou waarom zeg je het dan?
J: Is eigenlijk het enige echte handvat, alleen
niet aanwijsbaar, gelukkig.
B: Hahaha!
J: Wat noem je een handvat? Iets waar je je aan
vast kunt houden. Wie houdt zich waar aan vast? Houdt water zich aan
golven vast? Houden golven zich aan water vast?
B: Ik word zo langzamerhand raar van de paradoxen.
J: Het is de grootste onzin die er bestaat. Handvat
is houvast. Er is geen houvast, dat is je houvast.
B: Door de gedachte aan houvast heel geconcentreerd
te zien, lijkt er houvast te bestaan. Focussen van gedachtes lijkt
houvast.
J: Wat wil je daarmee? Met focussen? Welk resultaat
gaat je zogenaamde houvast opleveren?
B: Nou niks, dat geef ik toe, maar misschien
is dat nou zoiets dat onwillekeurig gewoon gebeurt.
J: En dat wordt dan je bron van eindeloos geluk?
Een iets dat misschien onwillekeurig gewoon gebeurt? Dan vind ik mezelf
een stuk duidelijker, hahahaha!
B: "Geen oplossingen in de sfeer van de
wereld", dat is een forse uitspraak!
J: Ja, maar ik doe hem zonder zorgen.
B: Ik heb nu net een andere baan gevonden,
die lost iets voor me op of niet?
J: Wat lost het op?
B: Geld nodig hebben.
J: Ja, oké.
B: Maar dat is werelds, toegegeven.
J: Maar lost het je probleem over wie je bent op?
B: Nee, dat niet.
J: En dat is wat ik bedoel.
B: Maar het houdt me wel zo bezig dat ik dat
steeds weer vergeet.
J: Ik heb het over het oplossen van de meest fundamentele
problemen. Het oplossen van de vraag: 'Wie ben ik'?
B: Ja.
J: En blijkbaar is het voor jou ook niet genoeg,
dat er in de wereld af en toe oplossingen zijn op materieel niveau
of op denkniveau.
B: Nee.
J: Hoe kan dat? Omdat de oplossingen niet fundamenteel
zijn! Let wel: Ik heb absoluut niets tegen symptoombestrijding.
B: Ik vind dat dit waar is wat je zegt, het
is niet fundamenteel.
J: Als ik pijn in mijn kop heb, slik ik een aspirientje.
B: Het hele verhaal van mijn leven blijkt bij
nader beschouwen een grote vraag te zijn.
J: Ja, dus ik zou aanraden…
B: Het is vreemder dan vreemd, gekker dan gek
voor mij
J: Hou niet op bij de oplossingen op het tijdelijke
vlak. Er is niets mis mee en ze zijn prachtig, maar je kunt nog verder.
Dus neem die nieuwe baan, verhoog je salaris als je kunt, laat je
opereren als dat je gezondheid bevordert, en: Kijk verder.
B: Jan, is doodgaan een ervaring?
J: Ja leven is ervaren en doodgaan is de andere
kant van leven dus ook een ervaring
B: Maar die kan toch niet afgemaakt worden?
Kun je ervaren dood te zijn?
J: Het kan veel minder dramatisch. Je gaat in bed
liggen en op een gegeven moment val je in slaap. Ik zie dan dus de
ervaringen zich oplossen. Let wel: een ervaring en het kennen ervan
zijn andere dingen, als je tenminste een indeling wilt maken.
B: Hoe zit dit bij jou?
J: Ik weet dat ik in slaap val, bijvoorbeeld.
B: Het moment dat je weg bent toch niet meer?
J: Ja, dat ken ik ook en daarna ken ik een hele
tijd niks en dan begint de wereld weer. Maar het is niet zo dat er
geen besef is van iets. Ik zie wel degelijk dat die wereld een tijdje
verdwijnt.
B: Terwijl ik niets weet van die periode.
J: Het licht gaat niet meteen weer aan nadat het
uit is gegaan. Je weet dat het een periode is, bijvoorbeeld.
B: Ja dat inderdaad wel er is een soort weten,
geef ik toe.
J: En dat is dus weten zonder objecten.
B: Mij lijkt, als daar geen weten is kan die
wereld niet verschijnen, want waarin dan? Er moet al iets zijn, zou
ik zeggen.
J: Ja maar er is dus WEL een weten alleen, zonder
objecten. Het licht straalt, maar het valt nergens op, alsof je met
je zaklantaarn in het duister schijnt, zonder iets te zien.
B: Dat weten wat jij nu noemt, is dat weg bij
doodgaan?
J: Ja dan blijf IK alleen over zonder kennen, zonder
objecten.
B: Hoe kan ik dat kennen? Ik weet de juiste
vraag niet. Niks lijkt te kloppen als ik het formuleer.
J: Is dat geen leuke ontdekking? Wat je dus nu ontdekt,
is dat het denken niet toereikend is.
B: Een beetje wel.
J: En zie dat nu niet als teleurstellend! Want dan
stink je er weer in.
B: Doe ik toch wel!
J: Denken voldoet niet! Klaar! Hahaha!
B: Oh, was dat maar zo. Goed onderwerp is dit.
J: Dus denken voldoet niet en dan wordt het een
heel ander verhaal.
B: Nou oké, is er nog een verhaal dan?
J: Want dan verandert het zogenaamde dagelijkse
leven. Want in het dagelijkse leven verschijnen soms problemen maar
wat er dus blijkt, is dat elk probleem een denkprobleem is, terwijl
je dus hebt ingezien dat denken niet voldoet. Waar blijven je zogenaamde
problemen dan? ja, want elke reden tot klagen die verdwijnt je hebt
werkelijk niets meer te klagen dan
B: Jan, alleen de allermoedigsten gaan deze
rivier over volgens mij
J: "Veel mensen denken dat Advaita voor softies
is, maar het is een pad voor helden" (Citaat, ik weet niet van
wie).
B: Op het pad kun je ook ontdekken toch een
lafaard te zijn lijkt me.
J: Maar dat is toch heldhaftig? Om die angst zonder
reserve te erkennen?
B: Vind je?
J: Ja, vind ik wel. Lafaard, wil zeggen dat je je
angst probeert te ontvluchten. Moedig, wil zeggen dat je je angst
tegemoet treedt. In beide gevallen is er dus angst. Moedig zijn, houdt
in: In contact durven staan met wat IS.
B: Dat is niet velen gegeven meen ik.
J: Ja, dat zou kunnen, maar ik vroeg me altijd af:
Is dat MIJ gegeven?
|