Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > chats

Loslaten

BEZOEKER: Weet je wat ik niet los wil laten?
JAN: Nou?

B: Mijn mentale/geestelijke gezondheid. Ik werd heel bang daarvoor, dat te verliezen.
J: Dat is een voorbeeld van een probleem in zichzelf. Het krampachtig vasthouden van mentale gezondheid is op zichzelf mentaal ongezond.

B: Ja daar zit iets in.
J: Hoe kan dat? Omdat de oplossing gezocht wordt op een niveau waar geen oplossing mogelijk is.

B: Op dat niveau ben jij kennelijk helemaal los en vrij. Ik zie die losheid niet. Er zit een zwaarte in. Wie kan er nu accepteren dat je het volgende moment opeens je volledige verstand kwijt zou kunnen zijn?
J: Dat zware is dus het willen vasthouden.

B: Inderdaad.
J: Het is hier niet zo dat ik rekening houdt met allerlei rampen, die de volgende seconde kunnen gebeuren en dat ik dat vervolgens loslaat. Dat noem ik niet verlicht snap je? Want wat is hier de werkelijke situatie?

B: Ja, ik geloof het wel, ik zit met die opkomende angsten, en zoek daar een remedie voor.
J: Dat ik ELKE volgende seconde ALLE verschijnselen kwijtraak!!!!!

B: Het is mij weer eens duidelijk geworden hoe waanzinnig totaal dat eigenlijk is.
J: Dus me zorgen maken over iets kwijtraken, is hier belachelijk geworden.

B: Het is best leuk om een klein identiteitsgevoeltje te doorzien.
J: Je raakt van moment tot moment ALLES kwijt!!! Dat leuke gevoel is zo ook weer weg. Snap je wat ik zeggen wil? Schitterende inzichten, waar blijven ze?

B: Technisch snap ik je. Dringt het echt door? Ik durf dat zeker niet te beweren.
J: Daarom zeg ik vaak dat realisatie niet iets is, wat bereikt kan worden. Het hele idee van 'bereiken' gaat op de helling, wordt geannihileerd.

B: Wat je zegt betekent: Je bent totale vrijheid.
J: Ja, bij voorbaat. Zoals ik even geleden beweerde: je bent bij voorbaat vrij.

B: Het gekke is dat ik wel een soort voeling heb met wat je zegt.
J: Ik kan je dus niet vrij MAKEN, want je BENT het al! Hooguit kan ik je door mijn woorden laten herkennen wat reeds is en misschien kan ik wat misverstanden ophelderen. Maar uiteindelijk zie je in dat alle, werkelijk alle moeite vergeefs is geweest.

B: Iets anders als het mag: Kan realisatie en de wens te sterven samengaan?
J: Nee, realisatie betekent het totale samengaan, maar wensen en verlangens verliezen hun kracht.

B: Ik voelde laatst: Als dit te erg wordt hoeft het voor mij niet meer.
J: Ja, maar dat zie ik meer als spielerei. Beetje the dark side opzoeken. Kijken wat het doet, experimenteren.

B: Misschien is dat wel zo, maar niet helemaal. Dat verlangen is altijd deels ook echt. Staat dat realisatie in de weg?
J: Elk verlangen is doortrokken van realiteit, maar ik vind het niet intelligent om naar oplossingen op het niveau van de wereld te verlangen, aangezien je in het leven al tien miljoen keer gezien hebt, dat dat niet werkt. Op een bepaald moment richt dat verlangen zich op realisatie.

B: Dat verlangen en het effect ervan, daar is dan toch ook geen doener in actief?
J: Er is nooit een doener actief! Maar als dat verlangen zich op realisatie richt, werkelijk alleen daarop, dan werkt dat als een trein.

B: Hier verlies ik je.
J: Maar dan heb je al gezien dat het niet in de sfeer van 'bereiken' ligt.

B: Als er geen doener actief is, kan die ook zijn verlangen niet richten.
J: Nee dat klopt. Daarom zeg ik ook: 'als dat verlangen zich richt' en niet: 'als je je verlangen richt'.

B: Ja, dat schreef je inderdaad, maar dat is dus geen handvat.
J: Wat je bent heeft geen handvat nodig.

B: Nou waarom zeg je het dan?
J: Is eigenlijk het enige echte handvat, alleen niet aanwijsbaar, gelukkig.

B: Hahaha!
J: Wat noem je een handvat? Iets waar je je aan vast kunt houden. Wie houdt zich waar aan vast? Houdt water zich aan golven vast? Houden golven zich aan water vast?

B: Ik word zo langzamerhand raar van de paradoxen.
J: Het is de grootste onzin die er bestaat. Handvat is houvast. Er is geen houvast, dat is je houvast.

B: Door de gedachte aan houvast heel geconcentreerd te zien, lijkt er houvast te bestaan. Focussen van gedachtes lijkt houvast.
J: Wat wil je daarmee? Met focussen? Welk resultaat gaat je zogenaamde houvast opleveren?

B: Nou niks, dat geef ik toe, maar misschien is dat nou zoiets dat onwillekeurig gewoon gebeurt.
J: En dat wordt dan je bron van eindeloos geluk? Een iets dat misschien onwillekeurig gewoon gebeurt? Dan vind ik mezelf een stuk duidelijker, hahahaha!

B: "Geen oplossingen in de sfeer van de wereld", dat is een forse uitspraak!
J: Ja, maar ik doe hem zonder zorgen.

B: Ik heb nu net een andere baan gevonden, die lost iets voor me op of niet?
J: Wat lost het op?

B: Geld nodig hebben.
J: Ja, oké.

B: Maar dat is werelds, toegegeven.
J: Maar lost het je probleem over wie je bent op?

B: Nee, dat niet.
J: En dat is wat ik bedoel.

B: Maar het houdt me wel zo bezig dat ik dat steeds weer vergeet.
J: Ik heb het over het oplossen van de meest fundamentele problemen. Het oplossen van de vraag: 'Wie ben ik'?

B: Ja.
J: En blijkbaar is het voor jou ook niet genoeg, dat er in de wereld af en toe oplossingen zijn op materieel niveau of op denkniveau.

B: Nee.
J: Hoe kan dat? Omdat de oplossingen niet fundamenteel zijn! Let wel: Ik heb absoluut niets tegen symptoombestrijding.

B: Ik vind dat dit waar is wat je zegt, het is niet fundamenteel.
J: Als ik pijn in mijn kop heb, slik ik een aspirientje.

B: Het hele verhaal van mijn leven blijkt bij nader beschouwen een grote vraag te zijn.
J: Ja, dus ik zou aanraden…

B: Het is vreemder dan vreemd, gekker dan gek voor mij
J: Hou niet op bij de oplossingen op het tijdelijke vlak. Er is niets mis mee en ze zijn prachtig, maar je kunt nog verder. Dus neem die nieuwe baan, verhoog je salaris als je kunt, laat je opereren als dat je gezondheid bevordert, en: Kijk verder.

B: Jan, is doodgaan een ervaring?
J: Ja leven is ervaren en doodgaan is de andere kant van leven dus ook een ervaring

B: Maar die kan toch niet afgemaakt worden? Kun je ervaren dood te zijn?
J: Het kan veel minder dramatisch. Je gaat in bed liggen en op een gegeven moment val je in slaap. Ik zie dan dus de ervaringen zich oplossen. Let wel: een ervaring en het kennen ervan zijn andere dingen, als je tenminste een indeling wilt maken.

B: Hoe zit dit bij jou?
J: Ik weet dat ik in slaap val, bijvoorbeeld.

B: Het moment dat je weg bent toch niet meer?
J: Ja, dat ken ik ook en daarna ken ik een hele tijd niks en dan begint de wereld weer. Maar het is niet zo dat er geen besef is van iets. Ik zie wel degelijk dat die wereld een tijdje verdwijnt.

B: Terwijl ik niets weet van die periode.
J: Het licht gaat niet meteen weer aan nadat het uit is gegaan. Je weet dat het een periode is, bijvoorbeeld.

B: Ja dat inderdaad wel er is een soort weten, geef ik toe.
J: En dat is dus weten zonder objecten.

B: Mij lijkt, als daar geen weten is kan die wereld niet verschijnen, want waarin dan? Er moet al iets zijn, zou ik zeggen.
J: Ja maar er is dus WEL een weten alleen, zonder objecten. Het licht straalt, maar het valt nergens op, alsof je met je zaklantaarn in het duister schijnt, zonder iets te zien.

B: Dat weten wat jij nu noemt, is dat weg bij doodgaan?
J: Ja dan blijf IK alleen over zonder kennen, zonder objecten.

B: Hoe kan ik dat kennen? Ik weet de juiste vraag niet. Niks lijkt te kloppen als ik het formuleer.
J: Is dat geen leuke ontdekking? Wat je dus nu ontdekt, is dat het denken niet toereikend is.

B: Een beetje wel.
J: En zie dat nu niet als teleurstellend! Want dan stink je er weer in.

B: Doe ik toch wel!
J: Denken voldoet niet! Klaar! Hahaha!

B: Oh, was dat maar zo. Goed onderwerp is dit.
J: Dus denken voldoet niet en dan wordt het een heel ander verhaal.

B: Nou oké, is er nog een verhaal dan?
J: Want dan verandert het zogenaamde dagelijkse leven. Want in het dagelijkse leven verschijnen soms problemen maar wat er dus blijkt, is dat elk probleem een denkprobleem is, terwijl je dus hebt ingezien dat denken niet voldoet. Waar blijven je zogenaamde problemen dan? ja, want elke reden tot klagen die verdwijnt je hebt werkelijk niets meer te klagen dan

B: Jan, alleen de allermoedigsten gaan deze rivier over volgens mij
J: "Veel mensen denken dat Advaita voor softies is, maar het is een pad voor helden" (Citaat, ik weet niet van wie).

B: Op het pad kun je ook ontdekken toch een lafaard te zijn lijkt me.
J: Maar dat is toch heldhaftig? Om die angst zonder reserve te erkennen?

B: Vind je?
J: Ja, vind ik wel. Lafaard, wil zeggen dat je je angst probeert te ontvluchten. Moedig, wil zeggen dat je je angst tegemoet treedt. In beide gevallen is er dus angst. Moedig zijn, houdt in: In contact durven staan met wat IS.

B: Dat is niet velen gegeven meen ik.
J: Ja, dat zou kunnen, maar ik vroeg me altijd af: Is dat MIJ gegeven?