|
home > teksten > chats
Chat 2 - Over het denken en piekeren
Bezoeker1: je zegt, Jan, dat je geen piekeren meer ervaart… Hoe
komt dat? Omdat je het ziet en er dan mee stopt?
Jan: wat is piekeren? Piekeren is het herhalen van gedachtepatronen.
B1: juist.
J: achter elkaar door. Hoe kan dat? Hoe kan het dat een bepaald patroon
steeds terug lijkt te keren? Dan moet er een zekere interesse zijn.
Als ik een liedje hoor op de radio en ik vind het interessant, dan
fluit ik het een half uurtje later nog. Zo gaat het ook met het denken.
Er komen allemaal beelden op, herinneringen. En die vind ik ZO interessant,
dat ze nog eens terug lijken te komen.
Bezoeker2: Voorbij het denken, ik wou dat ik het zag. Het is het enige.
B1: ik merk vooral bij een nare gedachte dat ik daar mee in de weer
ga en me zelf ga zitten bewijzen dat die gedachte niet waar is…
J: juist! En daarmee maak je hem veel werkelijker dan hij is.
B1: ja..
J: want juist de strategie om te gaan bewijzen dat die gedachte niet
waar is, houdt eigenlijk al in dat je niet ziet dat het zo is.
B1: jahh!
J: mij interesseert dat hele denken geen fluit.
B1: klopt..
J: het zijn plaatjes die langskomen. En vergis je niet: het kan bij
mij ook behoorlijk druk zijn, qua denken. Maar het kan ook muisstil
zijn.
B1: ik ken mensen die beweren een uur lang niet te kunnen denken..
J: onzin. Die mensen moet je niet geloven. Bovendien: dat kan jij
ook. Is gewoon een trucje wat iedereen kan leren.
B2: trucjes hebben we niets aan, we willen de Waarheid!
J: doe maar eens de volgende test met die mensen die dat beweren:
zeg eens tegen ze: oké, je tijd gaat NU in! En verkoop ze dan
een verschrikkelijke schop onder hun ballen.
B1: hahaha!
J: ik kan elke nacht 8 uur niet denken, geen kunst aan.
B1: maar ik heb Osho er ook over gelezen… naar meditatie…
J: in India noemen ze dat Samadhi's. Ja klopt, ik ken de traditie.
Maar ik vind het zo onnatuurlijk. Het denken wordt tot vijand gemaakt.
B1: en de mensen die ik gesproken heb hebben een jaar gemediteerd aan
één stuk door...
J: Een jaar? Hahaha! Als je het klaarspeelt om één minuut
werkelijk te mediteren, dan realiseer je ter plekke je ware natuur!
B2: Jan hoe kan het dat jij het wel ziet en ik niet terwijl wij een
zijn?
J: dat kan, omdat jij een fragmentje bent. Jij kunt helemaal niets
zien.
B2: kan niet.
J: het enige wat ik weet is dat je ook Bewustzijn bent. Kan niet?
Overtuig me maar eens van het tegendeel! Jij bent gewoon een object.
B1: maar Wolter Keers schreef ook zo iets als: richt je op de deur…
Maar niet op het label "deur"… Dus weer het beoefenen
van aandacht.
J: ja, maar aandacht beoefenen is weer een methode
B1: dat klopt..
J: je gaat 'oefenen', een bepaalde 'houding' aannemen. Waarom? Vanwege
het te verwachten resultaat, ergens in de toekomst.
B1: het word dan wel wat stiller..
J: prima! Hier wordt het elke nacht compleet stil.
B2: wij kunnen nooit een fragment zijn, wat we ook ouwehoeren, waar
zal het nooit zijn
J: want?
B2: dat weet ik niet.
J: jij verschijnt in Mij, als fragment.
B2: het is gewoon onwaar
J: dus wat Mij betreft, ben je een fragment.
B2: ik kan dat fragment niet zijn, nooit.
J: leg uit?
B2: het kan gewoon niet.
J: of ben je bezig met een bezwering?
B2: misschien wel, maar dan nog is het waar.
J: ik zal je helpen.
B2: graag!
J: het raadsel is dit: jij verschijnt als een fragmentje in Mij en
tegelijkertijd verschijn ik als een fragmentje in JOU. Hoe kan dat?
Heel simpel:
B2: geen idee
J: objecten zijn OOK bewustzijn! Het is niet zo dat er aan de ene
kant de waarnemer is en aan de andere kant het object. Uiteindelijk
zijn ze EEN. We kunnen dus niet in 'elkaars' bewustzijn verschijnen
aangezien bewustzijn geen eigenaar heeft! Aangezien het nergens NIET
is! Zie je de illusie van plaatsbepalingen?
B2: Jij bent echt verlicht
J: weg twijfel?
B2: was het maar zo
B1: wat heeft het inzicht dat ik bijvoorbeeld de tafel niet kan voelen
en zien, omdat mijn zintuigen ze niet werkelijk kunnen waarnemen te
maken met realisatie ?
J: heel veel. Kijk: de normale gang van zaken is, dat ik een tafel
kan voelen, of een stoel. Mee eens? Dat is gangbaar.
B1: ja... Maar dat kan niet. Ben ik achter na het verhaal van Jan van
Delden. Ik snapte na een paar keer luisteren dat je zintuigen niet
naar buiten kunnen.
J: precies, want stel dat ik een tafel zou kunnen voelen dan zou dat
betekenen dat er BUITEN mij iets kan bestaan. Wat is nu de werkelijke
situatie? Als ik ga onderzoeken op het moment dat ik een tafel voel
en ik ga ECHT goed kijken, dan is het enige wat ik met stelligheid
kan beweren, dat ik getuige ben van een gevoel. Beter geformuleerd:
dat er alleen maar het kennen is van een gevoel. Dat is alles. Het
kennen is het enige wat ik zeker weet. AL het andere is aangeleerd,
van horen zeggen. Daarmee verdwijnt de buitenwereld. Daarmee wordt
ALLES binnenwereld: er is geen buitenwereld! Buiten MIJ bestaat er
niets! Ja? Of nee?
B1: zonder mij zou er niks bestaan…
J: je kunt geen voorbeelden geven van bestaande dingen zonder dat
jij daar getuige van was.
B1: maar de zintuigen van het lichaam nemen het waar…
J: de zintuigen van het lichaam zeg je. Wordt het lichaam zelf ook
niet waargenomen?
B1: ja
J: en is daarmee het lichaam niet object van het kennen, van de zintuigen?
Het lichaam en de zintuigen hebben wel degelijk iets met elkaar te
maken, maar de zintuigen zijn niet VAN het lichaam. Integendeel: het
lichaam verschijnt in de zintuigen. Je kunt het horen, ruiken, proeven,
zien, voelen, enzovoort. Mijn guru zei wel eens: het lichaam is de
GEUR van ik-ben
B1: hmm
J: vlak na het gevoel: ik-ben, komt het lichaam. Kijk maar eens bij
het wakker worden.
B1: het lichaam verschijnt in de zintuigen van zich zelf..
B2: Jan, dit is het hoogste
J: Bij mij gaat het alleen maar daarover.
B2: ik begin het te zien
J: voor alle andere dingen kun je bij andere mensen terecht
B1: maar voor de waarheid moet je bij Jan wezen…
J: nee, niet bij Jan, bij MIJ. Dus eigenlijk moet je bij jeZelf zijn.
Hahaha!
B2: lach jij maar.
J: dank je!
B1: maar vind er een verschuiving plaats van het gekende naar het kennen
?
J: een verschuiving van aandacht, zou je kunnen zeggen.
B1: zoiets als dat je ontspant in het zijn.
J: ja, de aandacht komt eerst van het denken naar het zijn en dan
van het zijn naar IK. Dat is de volgorde van Nisargadatta.
B1: hmmm
J: van denken naar zijn geeft al een zekere ontspanning en van zijn
naar IK geeft totale ontspanning.
B1: maar daar kan ik niks aan doen, behalve naar je luisteren tot ik
het zelf zie.
J: tuurlijk! Daar ben ik juist voor.
B1: maar dat richt je op IK-ben verhaal vind ik erg op meditatie lijken
of heb ik het verkeerd begrepen?
J: het lijkt op meditatie, zeker, maar het is een kapstokje tot meditatie.
B1: want het denken is erg rap om er weer labels over heen te plakken...
J: ja klopt, maar het mooie is dat je dat op dit moment heel duidelijk
waarneemt. En dan is de aandacht weer bij het Zijn.
|