Advaita Vedanta |
|
Spreek vanuit wat je werkelijk weetBezoeker1: waarom geef je satsang jan?Jan: dat weet ik niet, ik heb geen overzicht over alle oorzaken. Ik ben nogal een betweter, dat is waarschijnlijk het belangrijkste aspect. Ik mag erg graag vertellen hoe het zit . Maar het wordt ook heel vaak getriggerd, ik bedoel: ik begin niet zomaar te praten over Advaita en zelfonderzoek enzovoort, niet altijd tenminste B1: nee dat begrijp ik. Jan: ik heb natuurlijk wel ooit die website gemaakt B1: maar misschien heb je het idee dat het een ander kan helpen of zo Jan: dat kán ook, maar alleen vanuit een bepaald perspectief. Kijk, je moet het zo zien: ik weet dat die ander net als ik altijd al die onbeperktheid is. Ondertussen zie ik die ander met allerlei misverstanden worstelen en er komen vragen op me af, dus in die zin help ik die ander, maar echt helpen, wat is dat? Echt helpen is zorgen dat die ander geen hulp meer nodig heeft (nisargadatta) Bezoeker2: jan...komt het hele verhaal er uiteindelijk op neer dat we zijn geconditioneerd om het op een bepaalde manier te zien Jan: die conditionering is er, dat zeker B2: en dat je je losmaakt van die conditionering? Jan: ja, maar op een bepaalde manier B1: jan heeft het niet zo met bondage Jan: lol, omdat het onmogelijk is! Wat is loskomen van conditionering? Zien dat je nooit vastzat. B1: wat is het verschil tussen het verlichte standpunt en de zorgeloze blije dronkaard? Jan: bij de zorgeloze dronkaard is de mogelijkheid tot misverstanden nog aanwezig, bij de verlichte is dat totaal uitgesloten. B1: how do you know? Jan: de hoe-vraag is altijd schijnbaar onvermijdelijk, hoe weet je dat je van iemand houdt? B1: jan jij denkt dat je altijd aanwezig bent. Jan: oh nee, helemaal niet. Dat is lastige met woorden. B1: jij...bent de altijd aanwezige achtergrond voor al wat er verschijnt. Jan: ja precies, maar aanwezigheid is zo dubbelzinnig. Maar het klopt wat je zegt. B1: hier is er regelmatig helemaal niemand meer. Jan: omdat je niemand bent B1: en dat bedoel ik niet spiritueel Jan: ja klopt , ik snap precies wat je bedoelt. De lichten zijn aan, maar er is niemand thuis. Om met Vartman te spreken. Dat is hier ook zo. B1: of de lichten aan zijn... Dat weet ik niet, maar anders kan ik ook niet zeggen dat er niemand is of was. Jan: nou, dat is dus het frappante: hoe komt het, dat je kunt zeggen dat er regelmatig niemand meer is? En denk niet aan citaten enzovoort, maar gewoon vanuit je eigen ervaring. B1: nou ik wil daar nog niet aan geloof ik. Jan: maar het is wel het beste wat je nu kunt doen, gewoon vanuit je eigen ervaring praten, net als ik. Zonder spitsvondig te willen zijn: gewoon wat je nu ervaart. Kijk nu, op dit moment B1: 's nachts wordt er bijv gedroomd, en even later is er de waaktoestand Jan: dromen en waken, what about it? B1: het lijkt allebei dan wel een droom. Jan: en wat is daar de reden van? B1: wellicht sta 'ik' er los van. Jan: oké laten we kijken, waaktoestand en droom. Beschrijf de droom eens, niet de inhoud maar wat er gebeurt. B1: voorstellingen gevoelens Jan: heeft B2 dat ook? (ff checken) B2: ongeveer Jan: beschrijf nu de waaktoestand eens? B1: ongeveer gelijk B2: hetzelfde maar er wordt waarheidsgehalte aan toe gekend Jan: ja precies, dus er zijn zeker weten overeenkomsten, oké? B2: ;-) B1: en tijdelijk Jan: oké, beschrijf nu eens de droomloze slaap? B1: die is er niet. Jan: en bij B2? B1: dan ben ik er niet. B2: dat kan ik niet omschrijven Jan: dus we hebben nu: waken, dromen en diepe droomloze slaap. En het kennen van die drie toestanden, dat laatste noemt men in India de 'vierde toestand', turya. Andere 'toestanden' kennen we niet, of kunnen we niet verzinnen. Tot zover akkoord? B1: ja B2: ja Jan: oké dan! Mijn eigen ervaring is dat dit verhaal met die vier toestanden ooit eens begonnen is. Zowel die drie toestanden, als het kennen ervan, als vierde 'toestand'. Voor mij betekent dat dus dat alle vier die toestanden te maken hebben met tijd, sterker, dat ze een begin hebben gehad. B2: wie of wat kent? Jan: dat is nu de grote vraag B2. B2: geboren zijn Jan: wie of wat kent? Wie kent het geboren worden? Of wat? B2: ik kan er geen goede woorden voor vinden Jan: nee, dat snap ik B1: heb je daar dan ooit een vinger op kunnen leggen, Jan? Jan: nee B2: maar geboren worden ontstaat in mijn verbeelding! Jan: het is niet iets dat ik me kan toe-eigenen, maar ik kan het wel ontdekken. Ja, dat is de ellende met woorden dus. B1: en ervaren? Jan: het is onervaarbaar, maar de ultieme realiteit. Vertrouw me gewoon. Ik lul niet uit mijn nek. B1: het maakt zich blijkbaar wel kenbaar. Jan: in de verschijnselen ja, maar het is er niet van afhankelijk. B2: ja, mij lijkt alsof je het alleen kunt weten als het terughaalt in je herinnering, het ervaren Jan: als je de ervaring wilt van wat je bent, dan wel ja. Maar als je ontdekt dat wat je bent niet afhankelijk is van wat voor ervaring dan ook, waarom zou je dan iets terug willen halen? B2: dat is zo de gewoonte Jan: ja dat begrijp ik, maar is het de realiteit? B2: nee Jan: moet die teruggehaald worden om bewezen te worden? B2: een herhaling Jan: of moet die gevoeld worden? B1: maar wel beseft, blijkbaar! Jan: ook nog niet eens. Mijn realisatie houdt niet op tijdens de droomloze slaap bijvoorbeeld. B1: waar ben je dan? Of zo Jan: vreselijk geformuleerd: "mijn realisatie" nu ik het teruglees. Waar ik ben? Onlokaliseerbaar zoals altijd. B1: maar blijkbaar zie je jezelf niet als continu in de tijd maar meer als achtergrond waarin de tijd en stadia plaatsvinden. Jan: ik zie mezelf inderdaad niet als continu in de tijd ...
|