Advaita Vedanta

Een onderzoek naar je ware natuur

 

home > teksten > archief

Identificatie

In het Bewustzijn verschijnen, via de vijf zintuigen, allerlei objecten. Identificatie houdt in dat ik denk dat ik sommige objecten (bijvoorbeeld het lichaam) wél ben, en andere (bijvoorbeeld die auto) niet. De meest voorkomende identificatie is die met de persoonlijkheid. Als ik denk dat ik een persoonlijkheid ben, en meer niet, dan breng ik een scheiding aan in iets wat niet te scheiden valt.
Dus die boom daar ben ik niet en die gedachte die ik Jan Koehoorn noem ben ik wel. Die boom en Jan Koehoorn zijn allebei verschijnselen die opkomen, gezien worden en weer verdwijnen, maar om de één of andere vreemde reden heb ik geleerd dat ik het ene wel ben en het andere niet. En die conditionering is met de paplepel ingegoten. Waar ben ik wanneer Jan Koehoorn, als gedachte dus, afwezig is? Bijvoorbeeld tijdens een heel spannende film? Of wanneer ik achter de piano zit en volkomen opga of verdwijn in de muziek? Of wanneer ik naar een van mijn dochters kijk en mijn hele aandacht daardoor in beslag genomen wordt? Door wie of wat worden alle verschijnselen waargenomen?

Datgene wat al deze dingen waarneemt, en wat zelf nooit waargenomen kan worden, noem ik meestal Absoluut Bewustzijn. Het is maar een naam. Het is een verwijzing naar het altijd aanwezige, wat er al is voordat er ook maar iets kan verschijnen. Dat ben ik. Alles wat erin opkomt, ben ik ook, maar ik ben niet beperkt tot een deeltje. Wat er opkomt is als het ware een afspiegeling van het beginsel waaruit het tevoorschijn komt.

Als dit helder gezien is, dooft identificatie, zelf ook weer een gedachte die opkomt in Bewustzijn, langzaam uit. Het is een gewoonte, misschien een hardnekkige, maar de brandstof is het geloof dat het werkelijk kan: identificeren. Strikt genomen ben ik nooit geidentificeerd, er kunnen alleen gedachten aan identificatie opkomen.